Aangepast zoeken

Naar beginpagina
Naar overzicht VD AMOKs

VD AMOK
tijdschrift voor antimilitarisme en dienstweigeren
jaargang 11, nummer 2, 2002


Inhoudsopgave



Colofon

VD AMOK
tijdschrift voor antimilitarisme en dienstweigeren
jaargang 11, nummer 2, 2002.

VD AMOK
verschijnt minstens vier maal per jaar en wordt uitgegeven door Stichting VD AMOK. Voor de inhoud van met naam ondertekende stukken zijn de auteurs verantwoordelijk.

Copyright
Overname van artikelen uit het lopende nummer is uitsluitend toegestaan na toestemming van de redactie. Overname van artikelen uit eerder verschenen nummers is toegestaan onder bronvermelding en toezending van een bewijsexemplaar aan de redactie.

Adres redactie en abonnementenadministratie
VD AMOK
Obrechtstraat 43
3572 EC Utrecht
tel. 030-8901341
e-mail: amok@amok.antenna.nl

Redactie
Hans Christian Bouton (fotoredactie), Kees Kalkman, Karel Koster, Guido van Leemput, Tjark Reininga, Egbert Wever

Fotografen en illustratoren
Hans Bouton, Autonoom Centrum

Vormgeving
René Oudshoorn, Egbert Wever

Drukker
Drukkerij De Dageraad, Den Haag

Verder werkten aan dit nummer mee
David Jan Donner, Frank Slijper, Fred van der Spek, Martin Broek, Ludo de Brabander, Forum voor Vredesactie, Autonoom Centrum

Abonnementen
Een abonnement is minimaal E 14,- per jaar.
Een steunabonnement is minimaal E 18,-.
Over te maken op giro 5567607 t.n.v. VD AMOk, Utrecht.
Nieuwe abonnementen schriftelijk aanmelden. Wacht met betaling op toezending acceptgiro.
Opzegging uitsluitend schriftelijk vóór aanvang van het kalenderjaar.
Losse nummers kosten E 3,- (E 4,- inclusief porto).

Advertenties
Tarieven en opgave bij de redactie.

Sluitingsdatum volgend nummer
31 augustus 2002



Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina


REDACTIONEEL
Terug naar Srebrenica

"Moet het buitenland zich bemoeien met de verschrikkelijke tragedie in voormalig Joegoslavië en, zo ja, op welke wijze? Het blijft een dilemma. Enerzijds denken diverse regeringen zelfs al aan het terugtrekken van hun contingenten uit de VN-troepenmacht. Anderzijds nemen de pleidooien voor rechtstreeks militair ingrijpen toe. In Nederland zijn minister Jan Pronk en Mient Jan Faber van het IKV de opvallendste verdedigers van dit standpunt.
Dat zij hiermee goede bedoelingen hebben staat buiten kijf: Zij menen dat militair ingrijpen door onder andere de Nederlandse krijgsmacht de aangewezen methode is om het grootscheepse moorden, martelen en verkrachten te bedwingen. Aan hun politieke inzicht moet dan echter worden getwijfeld. Weten ze niet dat legers via duistere mechanismen voor heel andere dan de openlijk uitgesproken belangen plegen op te treden? En wáárop berust hun impliciete veronderstelling dat de Nederlandse troepen moreel superieur zijn?"
Aldus columnist Fred van der Spek in VeeDee AMOK 1994/1 in de tijd dat de beslissing viel om Nederlandse troepen naar de enclave Srebrenica te sturen.
Van der Spek was dus waakzaam. Zijn scepsis werd door velen in onze kringen gedeeld. Het sturen van een los bataljon naar een geïsoleerd gelegen enclave was een hachelijke vorm van peace-keeping, waarbij de in het nauw gedrongen moslimbevolking onder bescherming van de VN werd gesteld, zonder dat de militaire middelen aanwezig waren om meer dan licht verweer te bieden bij een Servische aanval. Toch was er ook binnen de radicale vredesbeweging niet of nauwelijks verzet tegen de Srebrenica-missie van het Nederlandse leger. Kennelijk had men voor die concrete situatie geen alternatief.
Terugkijkend - en er waren er die dat op het moment zelf al zeiden - had de vredesmissie Srebrenica alleen zin als een tijdelijk medicijn in afwachting van een definitieve operatie. Als die oplossing niet de vorm aannam van een vredesakkoord was er maar één uitweg: evacuatie van de bevolking samen met de VN-troepen naar een werkelijk veilig gebied. Dat soort stemmen stootten destijds op fel verzet van de heersende politiek opinie: men vond dat het neerkwam op meewerken aan etnische zuivering.
Degenen die destijds in de regering verantwoordelijk waren beweren nu dat achter de schermen wel degelijk pogingen zijn gedaan om deze weg in te slaan. Het NIOD-rapport Srebrenica lijkt hen min of meer gelijk te geven. Maar dat was destijds niet de openlijke pose van de regering. Daarin stonden niet de belangen van de bevolking centraal, maar alleen het belang van de eigen troepen bij de aflossing door een Oekraïens bataljon. Een duidelijker signaal dat de enclave niet zou worden verdedigd, kon niet worden afgegeven.
De interventiepartij in Nederland was een merkwaardige mengeling van moreel bevlogenen die de moslimbevolking wilden redden van een onzeker lot, een deel van de generaals die het leger wilden redden na de Koude Oorlog en buitenlandspecialisten die Nederland wilden redden van een toekomst als Jutland, overigens een heel welvarend, groen stukje Denemarken. Hun militaire deus ex machina was de luchtsteun. De luchtsteun die niet kwam zal nog tientallen jaren de voedingsbodem zijn voor nationale dolkstootlegendes, waarin perfide Franse generaals, falende VN-bureaucraten, een landmachttop die alleen de eigen belangen diende en ministers in paniek allemaal hun eigen rol spelen. Overigens is na het NIOD-rapport duidelijk geworden dat vrijwel alle feitelijk aanwezige commandanten in de VN-hiërarchie rond de luchtsteun Nederlanders waren.
Wie de grote lijn in de gaten hield kan niet verbaasd zijn geweest over de gang van zaken. Het Bosnische wapenembargo was door de Amerikanen gebroken, het Kroatische en Bosnische regeringsleger aanzienlijk versterkt. Milosevic had zijn steun aan de Bosnische Serviërs opgegeven. De NAVO was bezig een interventiemacht te vormen die de wurging van Serajewo door de Servische kanonniers zou stoppen. Het was een kwestie van tijd tot een overeenkomst zou worden afgedwongen die neerkwam op een voorlopige opdeling. Maar de aanwezigheid van VN-soldaten in geïsoleerde posities was een belemmering. Gijzelingsituaties konden niet worden uitgesloten. Daarom moesten de Nederlandse militairen weg. Daarna kon het eindspel beginnen. Of het hier gaat om een samenzwering of een stilzwijgend van diverse kanten goed begrepen eigenbelang doet er niet toe.
Het moreel bevlogen element in de interventiepartij heeft nu de regering ten val gebracht. Daarvoor mogen ze enig krediet krijgen. Het betekent dat de Nederlandse politieke klasse het dossier Srebrenica nog niet kan sluiten, zoals velen ongetwijfeld graag gewild hadden.
Maar de echte les is dat, als we niet kunnen voorkomen dat de militaire logica van de partijen in een conflict zich doorzet, burgers massaal het slachtoffer worden. Nederland en Dutchbat hebben in Srebrenica met verve of benauwd, meegespeeld in een noodlottige tragedie.

De redactie


Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina

Wapenindustrie
De lsraëlische wapenindustrie: business as usual

Hoewel Israël op een ongemeen brutale manier tekeer gaat in Palestina, kan het land nog altijd rekenen op rechtstreekse of onrechtstreekse militaire steun vanuit het buitenland. De wapenhandel van en naar Israël bloeit als nooit tevoren. In enkele tientallen jaren is Israël erin geslaagd om vanuit het niets een van de machtigste wapenindustrieën ter wereld uit de grond te stampen.

De VS storten elk jaar een bedrag aan militaire steun gelijk aan drie kwart van het Belgische defensiebudget. Vanuit humanitair standpunt bekeken is dat schokkend, maar weinig verwonderlijk, gezien de aard van de buitenlandse politiek van de VS. De EU daarentegen werkt aan een imago dat ons moet doen geloven dat het Avondland veel ethischer te werk gaat. De werkelijkheid is anders: de EU heeft projecten lopen met Israëlische wapenbedrijven en verschillende Europese landen voeren wapens in, maar ook uit. Hierna een summier overzicht van de defensie-industrie en haar activiteiten op de wereldmarkt.
De voorlopers van de Israëlische defensie-industrie waren kleine militaire ateliers - gezamenlijk Israel Military Industries genoemd - die begin jaren dertig werden opgericht en waar vooral lichte wapens geassembleerd en gerepareerd werden. De zionistische pioniers hadden deze nodig in hun strijd tegen de Britse bezetter en de plaatselijke Palestijnse bevolking, omdat die zich meer en meer ging verzetten tegen de gebiedsuitbreidingen door joodse immigranten.
In mei 1948, na het vertrek van de Britten, begon de omvorming van de ondergrondse Haganah-eenheden tot een regulier leger. Veiligheid was de centrale bekommernis en dat blijft tot vandaag onveranderd zo. Weinig verwonderlijk van een natie die haar ontstaan dankt aan het gebruik van militaire macht. Onder voortdurende dreiging van een gewapend conflict met de Arabische buurlanden, begon Israël in sneltreintempo te werken aan een machtige militaire industrie. De kleine ateliers werden in een structuur ondergebracht (IMI of Ta'as) met daarnaast Israel Aircraft Industries (IAI - oorspronkelijk bekend als Bedek) en Rafael. Dat laatste bedrijf moest zorgen voor onderzoek en ontwikkeling en tegemoet komen aan dringende behoeften van het Israëlische leger (Israel Defense Forces, IDF). Deze bedrijven zijn allemaal in staatshanden en vormen het hart van de Israëlische defensie-industrie.

Na 1967 drastische uitbreiding
Israël bleef echter lange tijd afhankelijk van de import van wapens uit voornamelijk de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk. Dat liep niet altijd van een leien dakje. Geregeld kwamen daarop restricties. Vandaar dat zich eind jaren vijftig tot midden jaren zestig een debat ontspon over de strategie die de militaire industrie zou moeten volgen. Toenmalig directeur van het ministerie van defensie, Shimon Peres en voormalig stafchef, Zvi Zur waren voorstander van een zo groot mogelijke zelfvoorziening. Volgens hen moest er voor nagenoeg elke binnenlandse behoefte (inclusief zwaar materiaal) een eigen produktiecapaciteit worden opgezet. Een andere groep, onder leiding van toenmalig generaal en latere premier Yitzak Rabin, wilde vermijden dat de kosten voor onderzoek en ontwikkeling de pan zouden uitrijzen en pleitte daarom voor het aanhalen van de banden met betrouwbare partners, in de eerste plaats de Verenigde Staten. Uiteindelijk zijn beide paden bewandeld, waarbij keuzes werden opgedrongen door politiek-militaire omstandigheden. Met de oorlog van 1967, kondigde de Franse president De Gaulle een wapenembargo af. Frankrijk was in de periode 1956-1967 Israëls belangrijkste leverancier van zware wapens. Bovendien was er een intensieve militaire samenwerking tussen beide landen en stond Frankrijk model voor de defensie-industrie. De samenwerking tussen Frankrijk en Israël leidde kort na de Suez-crisis in 1956 tot de bouw van de omstreden reactor in EL-102 (Dimona - het begin van Tel Avivs militair-nucleair programma), waarvan nagenoeg alle hardware in het geheim in Frankrijk werd gemaakt. Het Franse embargo kwam dan ook als een shock en was de aanleiding voor een zeer intensief omschakelingsprogramma, zodat op zeer korte termijn zoveel mogelijk wapens en wapensystemen in eigen land werden aangemaakt. Met resultaat! In de eerste drie jaar na 1967 verviervoudigde de militaire productie.
Dergelijke zware investeringen en lopende kosten konden op termijn slechts gedragen worden door naast de binnenlandse afname door het Israëlische leger ook zwaar te mikken op buitenlandse afzetmarkten. Het aandeel (exclusief diamant) in de nationale industriële export steeg van 14 procent in 1967 naar 21 procent in 1968 en zou in 1975 al 31 procent bedragen. Israël zou overigens nog genoeg gelegenheid krijgen om de superioriteit van militair materiaal zoals de tank Merkava (Libanon) of het jachtvliegtuig Kfir C-2 en de hoogontwikkelde elektronische snufjes voor oorlogsvoering in de praktijk aan te tonen. Israël was dus van een productie die vooral de eigen behoeften moest dekken vanaf begin jaren zeventig veranderd in een van de belangrijkste leveranciers van wapens in de wereld. Volgens sommige bronnen is Israël de vijfde grootste wapenexporteur in de wereld. Volgens de landenlijst met de export van de belangrijkste conventionele wapens van het Zweeds vredesonderzoeksinstituut SIPRI, bekleedde Israël in het jaar 2000 de zevende plaats op de wereldranglijst.

De lokale reus IAI
De Palestijnse Intifada lijkt weinig invloed te hebben op de Israëlische import en export van wapens, noch op de slagkracht van de lokale defensie-industrie. Een bedrijf als Israel Aircraft Industries (IAI) doet het zelfs uitstekend. IAI, het zesentwintigste wapenbedrijf in de wereld met 17.000 werknemers, kondigde aan dat haar export voor het jaar 2001 met 3,9 procent was gestegen tot 2,195 miljard $ (ruwweg 2,4 miljard Euro) ten opzichte van het jaar daarvoor. Voor de helft ging het daarbij om militaire contracten. De belangrijkste afnemer van IAI-wapens waren de VS (1,356 miljard $), gevolgd door de lokale markt en op de derde plaats Aziatische landen (541 miljoen $). In Europa heeft IAI voor 190 miljard $ contracten gesloten. IAI kondigde verder triomfantelijk aan dat het eind 2001 voor 2,884 miljard $ aan nieuwe opdrachten in de wacht heeft gesleept, het hoogste aantal in de geschiedenis van het bedrijf en 300 miljoen $ meer (+ 11 procent) dan het jaar daarvoor.
Weinig moraal dus op de wereldwijde wapenmarkt. De meer dan duizend doden en tienduizenden gewonden sinds het begin van de Palestijnse opstand hebben geen enkel effect gehad op de aantrekkelijkheid van de Israëlische defensie-industrie. Nochtans is het zo dat wie wapens aankoopt in Israël tegelijk het defensieapparaat steunt waarmee de bezettingspolitiek kan worden gehandhaafd.
"IAI is wereldwijd gekend voor zijn technologische bekwaamheid. De onderneming speelt een belangrijke en gerespecteerde rol in de creatie van fijne en wederzijdse betrekkingen met de landen van de Europese Unie, waarmee wordt samengewerkt rond verschillende aspecten, zoals ruimtevaart, luchtvaart en elektronica," aldus Giancarlo Chevallard, de ambassadeur van de EU in Israël op een conferentie die op 5 april 2001 bij IAI gehouden werd. Volgens IAI waren er twintig attachés van verschillende Europese staten aanwezig op de conferentie. IAI werkt samen met 16 landen en 154 onderzoeksinstituten in Europa, onder meer in het kader van het zogenaamde Vijfde Raamwerkprogramma, een Europees programma voor onderzoek en ontwikkeling op vlak van technologie. In november 2000 werd onder de auspiciën van dit programma een workshop gehouden over de civiele en commerciële toepassing van de UAV (Unmannned Aerial Vehicle - onbemande vliegtuigen). Daaraan participeerden een hele reeks Europese bedrijven die allemaal militaire activiteiten hebben, zoals EADS, Thomson-CSF, Swedish Space Corporation, enzovoorts. Een jaar later (eind oktober 2001) volgde er in Zweden een openingsvergadering van het UAVNET waarop twee nieuwe civiele onderzoeksprogramma's voor UAV's werden voorgesteld. Het gaat om een initiatief van IAI dat ook de coördinatie ervan op zich neemt. Het ontvangt daarvoor gedurende 2,5 jaar 9,8 miljoen Euro van de Europese Unie. UAV's zijn begeerd in militaire kringen voor onder meer spionageopdrachten.
IAI is ook voor heel wat andere produkten in trek. De Lahav-divisie van IAI heeft vorig jaar 4 opgeknapte A-4 vliegtuigen geleverd aan het Europese BAE Systems om er trainingen mee te verzorgen voor de Duitse luchtmacht. Spanje heeft een IAI-radarsysteem voor de Spaanse luchtmacht geselecteerd. De Zwitserse luchtmacht heeft samen met IAI een heel UAVsysteem ontwikkeld met onder meer een grondstation en 28 vliegtuigen. De Australische luchtmacht heeft eind vorig jaar nog een contract gesloten voor de aankoop van elektronische vroege waarschuwingssystemen (60 miljoen $).
IAI illustreert ook dat Israëls wapenhandel weinig wettelijke beperkingen worden opgelegd. Oorlogsdreigingen tussen India en Pakistan verhinderen niet dat Israël drie Phalcon verkenningsvliegtuigen (waarde 1 miljard $) verpatst aan India. Tel Aviv durft daarbij zelfs op de zere tenen van Washington trappen door ook China te verkopen wat het vraagt, zoals de bouw van China's F-10 gevechtsvliegtuig. Het kostte Washington een jaar lang zware druk tot zelfs dreigementen over het stopzetten van de militaire steun vooraleer Israël bereid was om de verkoop van hoogtechnologische radarsystemen (vergelijkbaar met AWACS) aan China niet te laten doorgaan.

Militaire steun
Israëls defensieapparaat zou wellicht niet het huidige niveau hebben gehaald wanneer de VS het land niet elk jaar verwenden met immense stromen dollars aan militaire steun. In een halve eeuw, tussen 1950 en 2000, kon Tel Aviv rekenen op meer dan 46 miljard $ pure militaire steun, dat is 20 miljard meer dan wat Egypte ontving. Tot vorig jaar keerden de VS jaarlijks 1,8 miljard $ steun uit, waarvan ruwweg 475 miljoen rechtstreeks naar de defensie-industrie gaat. Ter vergelijking, dat komt overeen met drie kwart van het Belgische defensiebudget. Aan het einde van zijn ambtstermijn sloot de Amerikaanse president Bill Clinton nog een memorandum of understanding waarin afgesproken werd dat de militaire steun aan Israël op termijn nog zou toenemen, terwijl de economische steun zou afnemen. Tegen 2008 moet de militaire steun 2,4 miljard $ bedragen, goed voor een jaarlijkse stijging van 60 miljoen $. Op dat ogenblik profileerden de VS zich zonder blozen als onderhandelaar tussen Israël en de Palestijnen. Diezelfde maand nog zou Israël samen met de VS en Turkije voor de derde keer marine-oefeningen (Mermaid) houden. Turkije is overigens ook een geprivilegieerde partner van Israël. Beide landen sloten in 1996 twee militaire samenwerkingsakkoorden. Het tweede akkoord ging specifiek over de militair-industriële samenwerking. Israël sleepte daardoor een aantal interessante opdrachten binnen, zoals de modernisering van gevechtsvliegtuigen. Israël telt verschillende bedrijven in de top 100 van de wereldranglijst van de wapenindustrie. IAI staat zoals we zagen op plaats 26, gevolgd door Rafael (57), Israel Military Industries (59), Elbit Systems (67), Koor Industries (85), Federman (86) en EI-Op (88).
Als gevolg van het Franse embargo van 1967 ontwikkelde de Israëlische wapenindustrie een eigen gevechtsvliegtuig (Kfir), een eigen tank (Merkava), UAV'S, tactische en strategische raketten.
De export van wapens zou tussen 1972 en 1997 stijgen met een factor 25: van 40-70 miljoen in 1972 tot 1,52 miljard $ in 1997. Daartussen kwam eind jaren tachtig tot midden jaren negentig even een dieptepunt als gevolg van een zware economische crisis en het einde van de Koude Oorlog. Sommige bronnen schatten de huidige export van wapens op 2 miljard $ (in 2000). Tussen de ontvangers van wapens (voorbeeld voor het jaar 2000) zitten landen als Cambodja, Colombia, Eritrea, Ethiopië, het Zuid-Libanese Leger, India, China en Birma. Dat jaar vroegen de VN Israël om de verkoop aan Eritrea (twee boten) en Ethiopië (luchtverkenningssysteem) stop te zetten.

Ludo de Brabander
Uitpers, maart 2002

Bronnen:
Farah Naaz, Israel's Arms Industry, IDSA, 1999
Sharon Sadeh, Israel's beleaguered Defense Industry, in: Middle East Review of International Affairs, Vol. 5, nr 1, maart 2001-02-20
David Lewis, Israel's Defense Industry in the geopolitical climate of the post-cold war era: diversification and niche market exporting, Council for Foreign Relations, 1999
Haaretz, 13 februari 2002
SIPRI-Yearbook 2001
Israel Aircraft lndustries, www.iai.co.il




Wapenhandel: Nederland en Israël

Vorig jaar heeft de Tweede Kamer de aankoop goedgekeurd van GILL antitankraketten ter waarde van 250 miljoen $ van het Israëlische staatsbedrijf Rafael. Daarmee was Nederland het eerste NAVO-land dat deze raketten kocht. De Israëli hoopten hiermee de Europese markt voor dit wapen te openen. Aanvankelijk was gemeld dat minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen tegen de order was omdat hij vond dat het niet gepast was de raketten te kopen op het moment dat het geweld in het Midden-Oosten oplaaide. Ook was Van Aartsen bang dat Israël Nederlandse technologie (vooral van Thales, het vroegere Hollandse Signaal) die het via compensatieorders in handen zou krijgen zou doorspelen aan landen zoals Noord-Korea. Israël is namelijk niet zo kieskeurig bij de landen waarmee het militaire relaties onderhoudt. Nadat hij door zijn collega Perez tijdens een ontmoeting in Luxemburg op het matje was geroepen overwon hij zijn aarzelingen. Organisaties zoals Cordaid, Pax Christi, het IKV, ICCO en NOVIB protesteerden krachtig. Ze brachten onder meer naar voren dat de GILL voor het eerst gebruikt was bij de beschieting van de Palestijnse stad Beit Jala op 1 november 2000. Maar de paarse coalitie jaste de grootste wapendeal met Israël ooit er snel door. De mooie praatjes over morele beperkingen bleken alleen te horen bij de export en niet bij de import van wapens.

Het is niet de enige order die Israel de laatste tijd in Nederland kon afsluiten. Eveneens in 2001 nam de Nederlandse luchtmacht voor minstens 9 miljoen $ 24 zogenaamde EHUD trainingssystemen voor F-16's af van Israel Aircraft Industries. (Jane's Defence Weekly - JDW 14.3.2001). En Elbit Defence Systems sloot in 1997 een contract af ter waarde van 28 miljoen $ met de landmacht voor gevechtsleidingssystemen voor de artillerie. (JDW 7.5.1997)

Al deze opdrachten zijn binnengehaald nadat in 1994 staatssecretaris Frinking (CDA) aankondigde dat Nederland een militair attaché in Tel Aviv zou stationeren als reactie op de "industriële ontwikkelingen in Israël". De eerste attaché was kolonel Vandeweyer, commandant van het Nederlandse Patriot squadron dat tijdens de Golfoorlog in Jeruzalem was gedetacheerd. (JDW 19.2.1994)

Een Nederlands bedrijf speelt verder een rol bij de marketing van Israëlische wapens in Europa en elders. Thales (Signaal) is namelijk de strategische partner bij Rafaels poging het Barak-1 raketverdediginggssysteem te slijten aan NAVO-landen. Aan Venezuela leverde Thales de Barak-1 in combinatie met zijn eigen produkt Flychatcher. (Jane's Defence Weekly 28.1.2001)

Toch exporteert Nederland ook wapens naar Israël. Uit een overzicht 1990-2000 dat de Campagne tegen wapenhandel op zijn website heeft gezet blijkt dat het onder meer gaat om onderdelen van jachtvliegtuigen (in het kader van compensatieorders voor de F-16), nachtkijkers (van groot belang voor opstandbestrijding en snipers), schakels voor patroonbanden, onderdelen van geschut en pantservoertuigen en onderdelen van granaten. Veel van dit type bewapening wordt nu in de bezette gebieden ingezet.

Ten slotte speelt Nederland een rol bij de doorvoer van Israëlische wapens. Op Schiphol hoorde Israël in 1994 (een jaar waarvoor wat meer gegevens bekend zijn geworden) bij de vier belangrijkste doorleveranciers. Het gaat daarbij om vier bedrijven: Mars Hi-tech Solutions Ltd. (Kiryot Tivon), Hornet Ltd. (Tel Aviv), Isrex Israel General trading Co. Ltd. (Tel Aviv) en Ta'as Israel Industries Ltd. (Ramat Hasharon). Kleine wapens, munitie en granaten spelen een belangrijke rol in deze handel. Zelfs grondstoffen voor chemische wapens zijn begin jaren negentig via Schiphol naar Israël vervoerd.

Kees Kalkman

Bronnen:
Martin Broek, Doorvoer van wapens via Nederland. Rapport voor NOVIB, mei 2001
Cor Groenendijk, Buying arms from Israel. Onderzoeksrapport zomer 2001
http://www.stopwapenhandel.org




Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina

Het Amerikaanse kernwapenbeleid

Veranderingen in het Amerikaanse beleid dreigen van de NAVO-lidstaten schurkenstaten te maken

In de vorige VD AMOK verwezen we al naar een Amerikaans regeringsdocument dat in maart aan de media werd gelekt. Het was een verkorte versie van het zogenaamde 'Nuclear Posture Review' (NPR), een soort evaluatie van de grondslagen van de Amerikaanse nucleaire strategie. Die grondslagen worden momenteel herzien. Zo wordt afstand genomen van de 'negatieve veiligheidsgaranties', een belofte van de kernwapenstaten om landen die het Non-Proliferatie Verdrag hebben ondertekend, niet aan te vallen. Verder wordt het concept van een anti-raketschild neergezet als een centraal element van de nieuwe strategie. Daarnaast wordt de ontwikkeling van een reeks nieuwe typen kernwapens aangekondigd.

De onthullingen bereikten ook het Nederlandse parlement, waar een aantal vragen werd gesteld over de Amerikaanse plannen. Minister van Aartsen gaf eind maart in een Algemeen Overleg, een commissievergadering over de transatlantische relatie, een opmerkelijke verklaring. Het NPR is volgens hem geen beleidsdocument, maar een "brede conceptuele visie" op de nucleaire strategie.

Daar was de internationale gemeenschap kennelijk niet van overtuigd: in een tussentijdse evaluatieconferentie over het Non-Proliferatie Verdrag, die begin april in New York werd gehouden, verwezen opmerkelijk veel diplomaten in hun presentatie naar het NPR. Vragen van daar ook aanwezige niet-gouvernementele organisaties naar de visie van de diplomaten op het NPR bleven echter onbeantwoord. Deze kwestie is niet alleen academisch: als het NPR wordt beschouwd als een Amerikaans beleidsdocument zou er ook beleidsmatig op gereageerd moeten worden.

Dat wordt extra pikant gezien de uitbreiding van de omstandigheden waarin kernwapens worden ingezet: niet alleen in reactie op het gebruik van biologische of chemische wapens, maar ook bij voorbaat (de Nuclear Posture Review heeft het over "doelen die niet-nucleaire aanvallen kunnen weerstaan"). Daarnaast, het meest onheilspellend, in het geval van "niet-voorziene militaire ontwikkelingen". Het zijn deze zinnen die de bovengenoemde negatieve veiligheidsgaranties ondermijnen.

Kamerlid Jan Hoekema van D66 stelde in februari vragen over de negatieve veiligheidsgaranties aan minister van Aartsen. Deze antwoordde eind maart dat het niet nodig was dit aan de orde te stellen in het Atlantische bondgenootschap, omdat "er geen sprake is van een veranderd beleid." Met andere woorden: het is voor de minister kennelijk geen probleem dat de Amerikanen een cruciale verdragsafspraak steeds ondermijnd hebben.

Er staat nog meer in het NPR dat van direct belang is voor de NAVO bondgenoten: "(..) een plan wordt uitgevoerd om een NAVO evaluatie uit te voeren van Amerikaanse en geallieerde 'dual-capable' vliegtuigen in Europa en om in de zomer van 2002 aanbevelingen aan de ministers te presenteren." Vlak daarvoor staat dat het misschien noodzakelijk is om de status van de kernwapentaken aan te passen met het oog op de "veranderende nieuwe dreigomgeving." Het gaat hier om de vliegtuigen van de bondgenoten, die een kernwapentaak hebben, waaronder de Nederlandse F-16's op Volkel.

Het nucleaire beleid van de NAVO zal dus herzien worden, waarschijnlijk in de richting van de Amerikaanse plannen. Het zal immers voor de Amerikaanse regering zeer wenselijk zijn de bondgenoten mee te sleuren in het overschrijden van de lijn tussen de inzet van conventionele wapens en massavernietigingswapens. De New York Times stelde een paar weken geleden dat de VS bij uitvoering van deze plannen zelf als een boevenstaat kan worden omschreven. Het ziet ernaaruit dat deze categorisatie ook kan worden toegepast op de NAVO bondgenoten die in tijd van crisis kernwapens inzetten, waaronder Nederland.

Karel Koster


Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina

Kritisch EADS-aandeelhoudersrapport 2002

Ethische aandeelhouders van EADS, ondersteund door het Forum voor Vredesactie (B), Campagne tegen Wapenhandel (Nl), European Network Against Arms Trade en Netwerk Vlaanderen binden de strijd aan met wapenproducent EADS

Inhoud
  1. Ethische aandeelhouders binden strijd aan met beleid EADS
    • EADS: tweede grootste wapenproducent, maar bij het publiek onbekend
    • EADS en de 'Alliantie voor Vrede in Vrijheid'
    • Lobbyactiviteiten en de democratische transparantie in Europa
    • EADS: Nederland en België
  2. EADS: even voorstellen
  3. Het uitstalraam van EADS en de klanten die er op afkomen
    • Militaire vliegtuigen en helikopters
    • Productie van raketten
    • EADS, telecommunicatie en C4SR
    • EADS in de ruimte
    • Theater Missile Defence
    • Handel tegen elke prijs
  4. EADS en de officiële overheid
    • Van EADC tot EADS, met hulp van de overheid
    • Hulp van de Europese Commissie
    • EADS en het onderzoeksbeleid van de EU
    • Nieuwe adviesraden voor nieuwe lobbymogelijkheden
    • EADS stelt de luchtvaart- en defensieagenda op voor Europa
    • 'Neutrale' conferenties en denktanks
    • Lobbying: wat is er fout aan?
  5. De evolutie van het Europees wapenexportbeleid
    • OCCAR ondergraaft de exportbeperkingen
    • Gedragscode: een andere invalshoek
    • Framework Agreement: rationalisering van de samenwerking
    • De Nederlandse regering
    • Meer controle
  6. Naar een ander Europa!
    Maar een ander Europa is mogelijk.
  7. Aandeelhoudersactie voor een ander EADS-beleid

Werkten mee aan dit rapport :
Luc Meskens (Forum voor Vredesactie), Martin Broek (Campagne tegen Wapenhandel), Mich Crols (Forum voor Vredesactie), Kees Kalkman, Björn Berghs, Peter Jochems, Tjark Reininga, Frank Slijper (Campagne tegen Wapenhandel), Christopher Steinmetz, Ann Feltham (CAAT), David Heller, Stijn Suys, Christoph Scheire (Netwerk Vlaanderen).




Ethische aandeelhouders binden strijd aan met beleid EADS

Op 17 mei e.k. houdt de European Aerospace and Defence Systems Company (EADS) in Amsterdam zijn tweede algemene vergadering van aandeelhouders. Bestuursleden en grote aandeelhouders zullen na afloop het glas heffen op de stijgende inkomsten en de aantrekkelijke vooruitzichten: hoog oplopende internationale spanning betekent immers hoog oplopende aandelenkoersen. Maar er zal ook nagekaart worden over de kritische inbreng van de ethische aandeelhouders.

EADS ontstond in 2000 uit de fusie van drie militair gerichte ondernemingen: Deutsche Aerospace Agentur (DASA) uit Duitsland, Aerospatiale Matra (Frankrijk) en Constructionnes Aeronauticas S.A. (CASA) uit Spanje.

Vredesactivisten en ethische aandeelhouders uit heel Europa zullen bij deze algemene vergadering van EADS aanwezig zijn. Aangezien politici en captains of industry in toenemende mate in een gesloten, ondoorzichtig en zichzelf in stand houdend systeem optreden - niet gevoelig voor democratische en vredelievende maatschappelijke ontwikkelingen - willen we het bedrijf confronteren met de gevolgen van zijn keuze om geld te verdienen door wapens te produceren, en zullen we de algemene vergadering alternatieve businessopties voorstellen. Maar we willen ook het politieke signaal aan de Europese autoriteiten geven dat wij geen voorstander zijn van een sterke Europese defensie-industrie die over de hele wereld wapens verkoopt naar het voorbeeld van het Amerikaanse Militair-Industrieel Complex.

EADS: tweede grootste wapenproducent, maar bij het publiek onbekend

Een vijfde van de productie van EADS is militair. Dat maakt EADS de tweede wapenproducent in Europa, en de zevende wereldwijd. In 2001 stegen de inkomsten van EADS met 27% tot 30,8 miljard Euro. De opbrengst van de Militaire Luchttransportafdeling groeide met 73% en die in de sector Defensie- en Civiele Systemen met 15% (noot 1). Voor EADS is de groei in de defensiesector een topprioriteit. EADS hoopt op een toename van de inkomsten uit deze sector van 6,1 miljard EURO in 2001 tot 9 miljard in 2004, een aangroei van bijna 50%.

EADS maakt nucleaire raketten en is betrokken bij de ontwikkeling van raketafweersystemen, waaronder ook het fameuze rakettenschild. Dat laatste heeft zeker meer dan symbolisch belang aangezien deze productie in de grondwet van bepaalde Europese landen waar EADS productielocaties heeft, verboden is. EADS produceert verder gevechtsvliegtuigen en neemt deel aan het satellietnavigatiesysteem Galileo, dat als doel heeft de effectiviteit van wapens op het slagveld te vergroten, onafhankelijk van het vergelijkbare Amerikaanse GPS-systeem (Global Position System).

EADS en de 'Alliantie voor Vrede in Vrijheid'

Volgens EADS zijn haar klanten vooral te vinden in 'de Alliantie voor Vrede in Vrijheid, de waarborgers van een verantwoord gebruik van hoogtechnologische militaire luchtvaart' (noot 2). Inderdaad is het grootste deel van de door EADS geproduceerde wapensystemen uiteindelijk bestemd voor Europese militaire 'peace-keeping' troepen: het zogenaamde interventieleger, hoewel ook heel wat wapens naar zeer twijfelachtige regimes geëxporteerd worden.

De opvatting dat het creëren van een Europees interventieleger zal bijdragen aan de wereldvrede is echter in tegenspraak met de ideeën die zogezegd ten grondslag lagen aan de oprichting van de Europese Unie, te weten door economische samenwerking oorlog te voorkomen.
Hoe geloofwaardig zijn humanitaire militaire interventies als diezelfde landen direct of indirect op grote schaal wapens leveren aan landen waar de mensenrechten op grote schaal worden geschonden, of waar de spanning met omliggende staten oploopt?

De laatste jaren heeft EADS wapens geleverd aan Turkije, Maleisië, Pakistan, Zuid-Korea, Taiwan,… EADS' Eurofighter (ook de Typhoon genoemd) was aanvankelijk bedoeld om in de komende dertig jaar de helft van de wereldmarkt voor gevechtsvliegtuigen te veroveren (noot 3). Dit is een doelbewuste poging om de wereldwijde verspreiding van technologisch geavanceerde wapensystemen te bevorderen, waardoor bestaande gewelddadige conflicten kunnen voortduren en het toneel wordt voorbereid voor toekomstige conflicten tussen staten.

Lobbyactiviteiten en de democratische transparantie in Europa

Omdat regeringen de enige afnemers van hoogtechnologische wapens zijn, onderhoudt EADS een uitstekende relatie met de Europese overheden. EADS lobbiet bij ambtenaren en regeringen voor steun aan haar dood en verderf zaaiende handelswaar en voor het verhogen van de defensiebudgetten van Europese staten.
Leidinggevenden en directeurs van EADS en andere grote wapenbedrijven hebben zitting in belangrijke adviesorganen. STAR 21, de Adviesgroep voor Lucht- en Ruimtevaart, is door zijn samenstelling uniek: niet minder dan vijf Europese commissarissen en zeven topindustriëlen uit de wapenindustrie – waaronder twee van EADS – maken van deze groep deel uit (zie hoofdstuk 4, EADS en de officiële overheid).

Lobbyen is geen misdaad. Maar het publiek moet weten dat de doelstellingen van de lobby van EADS niet zomaar 'het Europese belang dienen', maar vooral de aandelenkoers moeten verhogen door steeds meer wapensystemen te verkopen. Zodoende heeft EADS een alles overheersend belang bij hoog oplopende internationale spanningen. Het leeft van oorlogen en oorlogsdreiging, van gevoelens van onveiligheid, van haat. EADS verkoopt graag wapens aan Turkije en Griekenland, aan Taiwan, Pakistan en Zuid-Korea. EADS misbruikt de verschrikkelijke gebeurtenis van 11 september 2001 om meer geld te vragen voor meer onderzoek en ontwikkeling (noot 4).

Transparantie is noodzakelijk voor werkelijke democratie. Dit geldt des te meer voor de wapenindustrie, die zo'n belangrijke rol speelt bij vragen van oorlog en vrede en van mensenrechten en onderdrukking. Maar openheid is nog meer noodzakelijk waar het gaat over de banden tussen bijvoorbeeld EADS en de Europese overheden. Zonder deze openheid kan zelfs geen begin gemaakt worden met het debat over de schimmige wereld van de grote wapenindustrie en hoe die gefinancierd en gesteund wordt.

EADS, Nederland en België

EADS mag dan geen dochterondernemingen in België hebben, dat wil niet zeggen dat er geen linken zijn met de Belgische defensie-industrie. Barco en Sabca leveren diverse producten aan EADS.
Zoals reeds in verder beschreven (zie noot 7) heeft België zeven nieuwe militaire vrachtvliegtuigen (A400M) bij EADS besteld. De totale kostprijs hiervoor bedraagt 1,2 miljard EURO, 4% zal via economische return terugvloeien naar Belgische defensiebedrijven. Vier bedrijven werken samen om verschillende onderdelen voor het vliegtuig te produceren: Barco, Sabca, Asco en Sonaca. Samen vormen ze Flabel Corporation.
Barco tekende in 2001 contracten met Eurocopter (dochteronderneming van EADS) voor de levering van 320 CMDS (Control Display and Management System), die geïnstalleerd worden in de Tiger helikopters. Barcoview en Eurocopter ondertekenden een 'framework agreement', wat betekent dat ze beiden ijveren naar een constructieve samenwerking op lange basis. Barco werkt ook samen met Alenia Marconi Systems, een ander bedrijf waar EADS joint ventures mee heeft.
De ATL3 is een maritiem patrouillevliegtuig dat door EADS wordt geproduceerd. Het Belgische Sabca-sonaca staat mede in voor de productie van onderdelen van dit vliegtuig.
Dit is slechts een kort overzicht van enkele directe links die er zijn tussen enkele Belgische defensiebedrijven en dit megalomane wapenbedrijf.
Ook in Nederland heeft EADS geen dochterondernemingen van betekenis. Het belang van Nederland voor EADS is het gunstige belastingklimaat, samen met organisatorische overwegingen de reden waarom het land is uitgekozen als hoofdzetel van het concern. Daarnaast werkt EADS nauw samen met Nederlandse wapenbedrijven. Zo wordt met onder andere Fokker Space deelgenomen aan het Sostar-programma voor een Europese grondwaarnemingsradar. Met Thales (vroeger Signaal) wordt deelgenomen aan de bouw van de nieuwe serie Duitse korvetten van Blohm+Voss. Onder meer voor deze order is door Thales en EADS in 2001 een structurele samenwerking voor marine-activiteiten aangegaan in de vorm van een joint-venture.




EADS: even voorstellen

De naam EADS is bij het publiek nog een grote onbekende. Logisch: EADS bestaat nog niet lang. Wie is EADS, welke eigendomsstructuur zit er achter, van waar kwam het initiatief tot de oprichting van deze nieuwe wapenproducent?

Het initiatief tot de oprichting van EADS (European Aeronautic Defence en Space Company) werd ingegeven door zowel commerciële als politieke overwegingen. De Europese luchtvaart- en defensiebedrijven, die door 'hun' regeringen steeds behandeld waren geweest als 'nationale kampioenen', ondervonden in toenemende mate de beperkingen die deze behandeling met zich meebracht. Een tijdelijke afname van de overheidsuitgaven (die zich in minder bestellingen weerspiegelde), gecombineerd met de hogere technologische vereisten voor militaire producten, vormde een bedreiging voor de bedrijfsopbrengsten. Tegelijkertijd gingen de meeste Europese regeringen zich verzetten tegen transatlantische fusies.
Bedrijven zagen zich door dit alles voor een fundamentele keuze geplaatst: ofwel de militaire markt de rug toekeren, hetgeen het verlies zou betekenen van de directe en indirecte subsidies (die onmisbaar zijn om op termijn het hoofd boven water te houden), ofwel een nieuwe strategie ontwikkelen.

Aangemoedigd door de Duitse en Franse overheid besloten DaimlerChrysler en Lagardère hun luchtvaartbedrijven DASA (Duitsland) en Aerospatiale Matra (Frankrijk) te fusioneren. Later, in de loop van het onderhandelingsproces, werd het Spaanse bedrijf CASA bij de fusie betrokken. In mei 2000 stemde de Europese Commissie in met de fusie.

In termen van inkomsten (22,8 miljard $) is het nieuwe transnationale bedrijf het grootste Europese luchtvaart– en defensiebedrijf. BAE Systems is met zijn 18,4 miljard $ het op één na grootste. EADS produceert in de eerste plaats echter burgervliegtuigen en bereikt een militaire output van "slechts" 20%, of 4,6 miljard $, terwijl BAE Systems een militaire output van 72% (of 13,2 miljard $) realiseert. Hierdoor is EADS nu het op één na grootste wapenproducerende bedrijf van Europa en het zevende op wereldbasis.

EADS-aandelen zijn grotendeels in handen van de Duitse autoconstructeur DaimlerChrysler, de Franse mediagroep Lagardère en de Franse staat (noot 5).

Omwille van politieke overwegingen werd EADS niet verplicht haar talrijke joint ventures met en investeringen in andere vooraanstaande defensiebedrijven stop te zetten. Ongeveer 70% van de zaken die EADS doet, gebeurt in joint ventures met BAE Systems (voor voorbeelden, zie (voetnoot 6). Om het met de woorden van Christopher Wrigley van Campaign Against Arms Trade te zeggen: we kunnen spreken van een duizelingwekkend web van onderlinge verbanden binnen de defensie-industrie.

Rangorde Bedrijf Land Defensie-inkomsten 2000 * (US $) Totale inkomsten 2000 * (US $) % van totale inkomsten afkomstig uit defensie
1 Lockheed Martin Corp. U.S. 18,000.00 25,329.00 71.10%
2 Boeing Co. U.S. 17,000.00 51,321.00 33.1
3 Raytheon Co. U.S. 14,033.00 16,895.00 83.1
4 BAE SYSTEMS U.K. 13,247.50 18,399.40 72
5 General Dynamics Corp. U.S. 6,542.00 10,356.00 63.2
6 Northrop Grumman Corp. U.S. 5,600.00 7,618.00 73.5
7 EADS France 4,559.80 22,798.80 20
8 Thales France 4,261.50 7,410.50 57.5
9 United Technologies Corp. U.S. 4,130.00 26,583.00 15.5
10 TRW Inc. U.S. 4,000.00 17,200.00 23.3
26 Finmeccanica Italy 1,178.10 5,354.90 22
28 Saab AB Sweden 1,119.40 1,670.80 67
32 Dassault Aviation S.A. France 991 3,414.50 29
48 BarcoView Inc. U.S. 600 700 85.7

www.defensenews.com/current/top100/2001chart1.html
* - inkomsten in miljoen VS-dollars. Koersomzetting voor niet-VS-bedrijven uitgevoerd op de dag dat de boekhouding het fiscale jaar afsloot.




Het uitstalraam van EADS en de klanten die er op afkomen

Militaire bestellingen maken 20% van de omzet van EADS uit oftewel rond de 6,2 miljard EURO. Het is de bedoeling dat dit aandeel in 2002 nog zal toenemen. EADS produceert een eindeloze reeks wapens. Het bedrijf is actief in alle denkbare sectoren van de wapenhandel: raketten (ook nucleaire), militaire transportvliegtuigen, gevechtsvliegtuigen, telecommunicatie en inlichtingenmiddelen, militaire helikopters enz. De afnemers zijn voornamelijk staten, waarbij de Europese legers de beste klanten zijn.

Maar EADS verkoopt zijn producten ook met succes in de VS en in vele ontwikkelingslanden. Sommige van deze landen zijn berucht vanwege hun schendingen van de mensenrechten. Met gewiekste methodes en veelal met behulp van omkoperij en smeergelden worden wapens er aan de man gebracht. Zuid-Afrika is daarbij maar één van voorbeelden, waarover de laatste tijd veel geschreven is - het topje van de ijsberg.

Hieronder een verre van volledig overzicht van de producten van EADS en de klanten die ze op het oog hebben.

Militaire vliegtuigen en helikopters

Op het gebied van militaire vliegtuigen is EADS betrokken bij twee grote projecten: het A400M militaire vrachtvliegtuig en de Eurofighter (of Typhoon), het nieuwste type gevechtsvliegtuig van Europa.
Het A400M vrachtvliegtuig zal de bejaarde Europese vloten van C-130 en C-160 liegtuigen vervangen (noot 7). De productie van dit militaire transportvliegtuig is een van de grootste defensie-orders van de komende tien jaar in Europa.
Met de ontwikkeling van de Eurofighter probeert EADS een marktaandeel te verwerven op het gebied van de modernste gevechtsvliegtuigen. Het doel is de komende tien jaar 800 Eurofighters verkocht te krijgen. 620 vliegtuigen zijn besteld door Duitsland, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk, hoewel de zaak in het Duitse parlement nog niet helemaal rond is. EADS is actief op zoek naar andere klanten en is aan het onderhandelen met Griekenland, Zuid-Korea en Noorwegen. De Eurofighter is het belangrijkste Europese gevechtsvliegtuig en strijdt voornamelijk met de Amerikaanse Joint Strike Fighter (F-35) om de markt.

EADS is ook wereldmarktleider op het gebied van lichte en middelzware vrachtvliegtuigen (CN-235, C-212, C-295). Honderden vliegtuigen van deze types worden geproduceerd en verkocht aan meer dan 89 afnemers in 38 landen (onder meer Argentinië, Chili, Ecuador, Indonesië, Zuid-Korea, Oman, Zuid-Afrika, Turkije, Thailand, de Verenigde Arabische Emiraten).

Hoewel de opbrengst niet vergelijkbaar is met het Eurofighter-programma, vormen de producten van Eurocopter een stabiele bron van inkomsten voor EADS. Eurocopter, het eerste volledig geïntegreerde Frans-Duitse bedrijf en als zodanig een voorloper van het EADS-model, is nu een 100% dochtermaatschappij van EADS en gespecialiseerd in de productie van helikopters. Het is de grootste helikopterproducent ter wereld met een marktaandeel van bijna 50% in de civiele en ongeveer 38% in de defensiesector. Meer dan 40% van hun omzet komt van militaire verkopen. Onlangs toegevoegd aan het exportproductenpalet zijn de transporthelikopter NH-90 en de gevechtshelikopter Tiger. Een keuze uit de in 2001 ondertekende exportcontracten verduidelijkt hun marktaandeel: 48 NH-90 toestellen voor Portugal, Zweden en Finland, acht Cougars voor Brazilië, zes Super Puma's voor Griekenland en Indonesië, 22 Tigers voor Australië. Bovendien toont de joint venture met de Roemeense helikopterproducent IAR Brasov in 2001 de bereidheid van EADS om hun steun aan Oost-Europese legers met een bedenkelijke reputatie op het gebied van mensenrechten uit te breiden. In de advertenties voor een nieuwe generatie militaire helikopters wordt over het algemeen weggelaten dat ze voornamelijk worden ingezet bij contra-guerrilla operaties of repressie, zoals in het Braziliaanse Amazonegebied tegen de beweging van landloze boeren, in Mexico tegen immigranten of in Indonesië en Colombia tegen politieke tegenstanders.

Productie van raketten

MBDA is de op één na de grootste raketproducent ter wereld. De aandeelhouders van MBDA, dat in 2001 is opgericht, zijn EADS (37,5%), BAE Systems (37,5%) en Finmeccanica (25%). MBDA heeft een totale omzet van meer dan 2 miljard EURO en produceert meer dan 40 soorten raketten, raketsystemen en anti-raketprogramma's. De belangrijkste types raketten die ze verkopen zijn: Meteor, Aster, Exocet, Kormoran, Roland, Milan, Trigat LR, Mistral, Mica, Patriot, Stinger, Otomat, Scalp. Bovendien ontwikkelt en produceert EADS ook essentiële subsystemen zoals raketkoppen, voortstuwingsmotoren, geleidingssystemen en ook lanceer-inrichtingen en thermische batterijen.

Nucleair

EADS Launch Vehicle is verantwoordelijk geweest voor het ontwerp en de productie van alle Franse ballistische raketten sinds 1960. In december 2000 heeft Frankrijk een contract getekend voor een nieuwe generatie maritieme raketten, de M-51. Deze zal worden uitgerust met een kernkop ter waarde van 550 miljoen EURO. In december 2001 heeft Frankrijk een contract van 231 miljoen EURO getekend met Aerospatiale Matra Missiles (een dochter van EADS) voor de eerste ontwikkeling en aankoop van kernraketten voor de middellange afstand aan boord van aanvalsvliegtuigen. De raketten gaan de tweede component van de Franse force de frappe of nucleaire afschrikkingsmacht vormen naast de lange-afstandsraketten die afgevuurd worden door kernonderzeeërs (geproduceerd door MBDA).

Met de ontwikkeling van de Aster raket krijgt MBDA een eigen projectiel voor raketverdedigingssystemen. Hoewel deze programma's erg controversieel zijn en de vrees bestaat dat raketverdediging tot een nieuwe wereldwijde wapenwedloop leidt, is EADS erg actief op dit gebied.

EADS, telecommunicatie en C4SR (noot 8)

Hoewel nog gering in vergelijking met de omzet in andere divisies, groeit deze sector enorm - niet door uitbreiding van de productie voor de civiele sector maar door integratie en aanpassing van civiele oplossingen voor militaire behoeften. De producten omvatten UAV's (Unmanned Aerial Vehicle – onbemande vliegtuigen), radars, raketgeleidingssystemen, telecommunicatie, en 'eenvoudige' softwareprogramma's die tegenwoordig nodig zijn voor oorlogsvoering (maar ook voor dodelijke vormen van immigratiecontrole).

EADS is in Europa marktleider bij de productie van C4SR uitrusting en heeft ook voet aan de grond op de Amerikaanse markt. EADS Defence and Security Networks is een belangrijke leverancier aan het worden voor de Europese legers en ministeries van Defensie. In het Verenigd Koninkrijk neemt EADS deel aan het 2,6 miljard EURO kostende verbindingsprogramma BOWMAN van de Britse landmacht. Dit systeem moet het huidige tactische verbindingssysteem van de hele landmacht vervangen. 18.000 landmachtvoertuigen worden er mee uitgerust en 60.000 militairen zullen er voor opgeleid worden. Het is de belangrijkste verbindingsinfrastructuur voor de komende 30 jaar.

Eén van de 'succesvolle producten' is het onbemande verkenningsvliegtuig CL-289. Het is uitgerust met twee verkenningssensoren: een optische camera en een infrarood lijnscanner, waarvan de beelden online kunnen doorgestuurd worden naar de scanner op de grond. Net zoals bij andere UAV's is het doel ervan niet verdediging van het eigen gebied, maar inzet op onbekend vijandelijk terrein. De CL-289 werd gebruikt tijdens militaire missies in Bosnië en Kosovo/a. Via het Duitse bedrijf LFK neemt EADS deel aan een hele nieuwe generatie UAV's waarvan sommige bedoeld zijn om grondstrijdkrachten aan te vallen. Verwacht mag worden dat dit marktsegment meer aandacht van de militairen zal krijgen, omdat UAV de risico's voor de eigen grondtroepen beperkt.

EADS in de ruimte

EADS is het leidende Europese bedrijf op het gebied van ruimtetechnologie. De activiteiten omvatten militaire programma's zoals Helios 1 en 2 en de ontwikkeling van technologie op het gebied van Theater Missile Defence (het rakettenschild – zie verder) Het Helios 1 programma dat werd gefinancierd door de Franse, Italiaanse en Spaanse regering, leverde het eerste Europese militaire netwerk van verkenningssatellieten op. Rond het jaar 2004 zijn dezelfde deelnemers plus de Belgische regering van plan om de volgende generatie Helios 2 satellieten te lanceren. Het bedrijf Astrium waarin EADS een aandeel heeft van 75% (de rest is in handen van BAE Systems) is de hoofdaannemer voor dit project.

Een Eén van de belangrijkste projecten van dit moment is het Galileo programma, dat onder leiding staat van het European Space Agency (ESA), dat rond 2008 een Europees netwerk van navigatie- en plaatsbepalingssatellieten voor militair en civiel gebruik wil ontwikkelen, om de afhankelijkheid van het Amerikaanse Global Positioning System (GPS) te beëindigen. De kosten zullen naar verwachting ruim boven de drie miljard EURO uitkomen. De EADS-dochter Astrium heeft een aandeel van 50% in Galileo Industry.

Officieel wordt het Galileo programma als volledig civiel aangeduid, maar commentatoren en experts zijn het erover eens dat een van de belangrijkste motieven voor het concept Galileo het militaire nut ervan is. In een persbericht zei EADS dat ze verbaasd zouden zijn als het Galileo systeem alleen door burgers zou worden gebruikt, omdat niets de militairen ervan weerhoudt om de signalen op te vragen (noot 9).
Zoals de Europese Commissie het stelt: "Er moet ook melding gemaakt worden van de voordelen die Galileo oplevert in het kader van noodsituaties waarbij de snelheid en de precisie van het ingrijpen essentieel zijn". Hier is sprake van rampen, maar vandaar is het maar een kleine stap naar militaire interventies. Recente rapporten van de EU en ESA (European Space Agency) zeggen met zoveel woorden dat alle ruimtetechnologie dual-use moet zijn: civiel en militair. Bovendien wordt het conflict in Kosovo/a bijvoorbeeld beschreven als een civiele noodsituatie. Het zou dus geen probleem zijn om de informatie en technologie van ESA voor dit type conflict te gebruiken. En dat kun je veralgemenen voor elk type conflict waaraan de EU in de toekomst zal deelnemen in het kader van de Petersberg-taken (vredebewarende en vrede-afdwingende interventies).

Theater Missile Defence

Overal ter wereld staan mensen sceptisch tegenover de Amerikaanse plannen om een schild te bouwen tegen ballistische raketten, het zogenaamde Star Wars. De VS hebben zich eenzijdig teruggetrokken uit het ABM-verdrag om hun raketverdedigingssysteem te ontwikkelen. Velen geloven dat dit een stap kan zijn in de richting van een nieuwe wereldwijde wapenwedloop.

Hoewel veel landen in Europa van mening verschillen met de VS over de bouw van een raketverdedigingssysteem, zijn Europese landen als Duitsland, Italië, Spanje en Nederland al betrokken bij de ontwikkeling van dergelijke systemen. De NAVO heeft vorig jaar opdracht gegeven aan Europese en Amerikaanse bedrijven om een haalbaarheidsstudie te maken over raketverdediging. Het opstellen van zo'n systeem zal waarschijnlijk de spanningen met Rusland en China doen toenemen. Raketverdediging is allereerst bedoeld om militaire interventies af te dekken door de onkwetsbaarheid voor tegenaanvallen met behulp van raketten te vergroten. Het betekent ook een volgende stap bij de militarisering van de ruimte. Behalve bij het NAVO-onderzoek is EADS ook al betrokken bij de productie van verschillende delen van raket-verdedigingssystemen.

De NAVO heeft een Risk Reduction Effort (RRE) contract van 248,8 miljoen EURO toegekend aan MEADS. MEADS is een multinationale joint venture van Alenia Marconi Systems (Italië), EADS en LFK (Lenkflugkörpersysteme GmbH Duitsland), en Lockheed Martin (VS). Dit systeem is ontworpen om bescherming te bieden tegen ballistische raketten en kruisraketten op korte afstand.
Met de ontwikkeling van de Aster 15 raket is MBDA bezig met een eigen versie van een raketverdedigingssysteem voor de middellange afstand. Hoewel dit officieel defensief wordt genoemd, heeft de Franse president Chirac zelf gezegd dat zwaard en schild hand in hand gaan.

Handel tegen elke prijs

Wapenproducenten zijn niet bijzonder bezorgd of geïnteresseerd in waarden als democratie en mensenrechten. Het gaat om het geld, dat is ook de visie van de meeste aandeelhouders. Veel klanten van EADS (noot 10)zijn landen die mensenrechten schenden of ondemocratisch zijn. Door wapens te verkopen aan zulke landen helpt EADS de machthebbers om die onrechtvaardige toestanden te laten voortduren, door ze de middelen ter beschikking te stellen om de maatschappij, minderheden en kritische groepen te onderdrukken.

Een paar voorbeelden

In Zuid-Afrika is een vertegenwoordiger van EADS belast met omkoping. Het is een van de methoden waarmee EADS probeert wapens te verkopen (noot 11).
Een toppoliticus van het regerende African National Congress (ANC) werd gearresteerd in verband met beschuldigingen van corruptie, fraude, meineed en valsheid in geschrifte. De arrestatie van Tony Yengeni, leider van het ANC in het Zuid-Afrikaanse parlement, hield verband met de aankoop van een aantal luxe voertuigen van DaimlerBenz Aerospace en zijn rechtsopvolger DaimlerChrysler Aerospace (nu onderdeel van EADS).
Een arrestatiebevel is ook uitgevaardigd voor de geschorste directeur van EADS Zuid-Afrika, Michael Woerfel. Hij zal worden aangeklaagd wegens corruptie (met fraude als alternatieve aanklacht) en valsheid in geschrifte.
De Zuid-Afrikaanse media stortten zich op de arrestatie als eerste voorbeeld van een politicus die beschuldigd werd van onregelmatigheden in verband met het controversiële bewapeningsprogramma van vele miljarden Rand. Vorig jaar gaf EADS toe dat het bedrijf 'bijstand verleend had' aan ongeveer 30 'VIPs' bij de burgerluchtvaart, defensie, elektronische industrie en verwante bedrijven en in de diplomatieke en politieke sector. Ze zeiden dat de hulp aan de 'VIPs' prijskortingen inhield en vroegtijdige levering bij wachtlijsten. Op de lijst stonden de huidige opperbevelhebber van de SANDF (South African National Defence Force) generaal Siphiwe Nyanda en het vorige hoofd van het nationale programma voor industriële participatie van het departement voor handel en industrie, Vanan Pillay. Hij leidde het directoraat dat de niet-militaire compensatie die werd aangeboden door diverse leveranciers moest evalueren en nu belast is met de handhaving ervan. EADS haalde twee toeleveringscontracten binnen bij deze procedure. Het eerste was een overeenkomst ten bedrage van 200 miljoen Rand (19 miljoen EURO) om de Meko A200SAN patrouillekorvetten van de Zuid-Afrikaanse marine te voorzien van MM40 Exocet raketten tegen andere schepen. Het tweede betrof Reutech Radar Systems waarin EADS een aandeel van 33% bezit. Dit bedrijf heeft een order van 220 miljoen Rand (21 miljoen EURO) verworven om de marineschepen te voorzien van radar.

Qatar is een monarchie zonder grondwet of politieke partijen. De emir heeft de absolute macht. In 1991 ondertekende een groep mensen waaronder enkele regeringsfunctionarissen een petitie aan de emir voor vrije parlementaire verkiezingen, een geschreven grondwet en politieke vrijheden. Ze werden allemaal gearresteerd en in de gevangenis gesmeten. Qatar kocht Exocet, Magic en Micas raketten van EADS.

Oman is ook een absolute monarchie, waar de sultan al meer dan dertig jaar aan de macht is. Oman heeft in het verleden Exocet raketten en Jernas/Rapier luchtverdedigingssystemen van EADS gekocht.

Turkije onderdrukt het Koerdische volk al meer dan 20 jaar. De burgerbevolking wordt gebombardeerd om de basis van de Koerdische PKK-beweging uit te roeien. Het is een bijzonder smerige burgeroorlog die daar al jaren en jaren doorgaat. Turkije is betrokken bij het A400M contract, het land kocht Jernas/Rapier luchtverdedigingssystemen en Eryx antitankraketten van EADS.
Sinds 1974 bezet Turkije een deel van Cyprus, het andere deel is georiënteerd op Griekenland. De bestandslijn wordt al bijna 30 jaar bewaakt door de VN en beide rivalen houden al jarenlang een wapenwedloop. Maar deze rivaliteit betekent niet dat EADS partij kiest in het conflict, het doet gewoon zaken met beide kanten. En daarmee vestigen ze de aandacht op een van de meest cynische kanten van de wapenhandel.

Zuid-Korea: In Europa en de rest van de wereld is de Koude Oorlog afgelopen na de val van de Berlijnse muur. Op het Koreaanse schiereiland is de Koude Oorlog nooit beëindigd en gaat nog steeds door. De grens die Noord- en Zuid-Korea scheidt, zonder ironie betiteld als de Gedemilitariseerde Zone, blijft de zwaarst versterkte grens ter wereld. De situatie op het Koreaanse schiereiland blijft erg gespannen, een omstandigheid die de plaatselijke wapenwedloop blijft voeden. EADS heeft een indrukwekkend aantal Mistral raketten (984) en Sea Skua raketten verkocht aan Zuid-Korea. EADS is ook aan het lobbyen om hun Eurofighter te verkopen aan Zuid-Korea.




EADS en de officiële overheid

Regeringen zijn tegelijk klant, sponsor én reglementerende overheid voor de wapenbedrijven. Een regering heeft speciale belangstelling voor het welzijn van haar wapenproducenten, omdat het paradigma van de nationale veiligheid een nationale (of als het niet anders kan: een supranationale) wapenindustrie vereist. De jongste tien jaar hebben enkele van de belangrijkste EU-regeringen actief geijverd voor een hergroepering in de wapenindustrie, zowel binnen de eigen grenzen als over de grenzen heen, als middel om ze te helpen vrijwaren. De nauwe contacten en onderhandelingen tussen top-defensie-industriëlen en regeringsvertegenwoordigers die daaruit volgden waren verre van transparant, ondanks de zwaarwichtige gevolgen van de uitkomst van de gesprekken op de toekomstige Europese veiligheid en economische ontwikkeling.

Van EADC tot EADS, met hulp van de overheid

Reeds in december 1997 vroegen de Britse, Franse en Duitse regeringen aan hun respectievelijke 'nationale prijsbeesten' BAe (dat ondertussen BAE Systems heet), Aerospatiale en DASA, om tegen 31 maart 1998 een duidelijk plan en een gedetailleerd tijdschema voor te leggen voor een industriële herstructurering en integratie. Op 27 maart 1998 lag het antwoord aan het trilaterale verzoek klaar in de vorm van een rapport over de oprichtingsprincipes voor een European Aerospace and Defence Company (EADC). Maar als BAe de verwerving aankondigde van Marconi Electronics Systems, tegen de gekende bezwaren in van DASA, was de oprichting van een EADC van tafel geveegd. In plaats daarvan sloot DASA de rangen met Aerospatiale (ondertussen gefusioneerd met Matra tot Aerospatiale-Matra), dat voorheen reeds een partner was in tal van grensoverschrijdende joint ventures – en kondigde het een jaar later de vorming aan van EADS. Al snel kregen ze het gezelschap van het Spaanse staatsbedrijf en vliegtuigbouwer CASA.

Van bij de start kon de leiding van EADS rekenen op regeringssteun van Spanje, Frankrijk en Duitsland. Vooral de twee laatsten zagen brood in een 'Europese oplossing' voor hun begrotingsproblemen die op de wapenaankopen wogen. Internationalisering van de wapenindustrie werd als onvermijdelijk beschouwd, dus konden de regeringen evengoed hun aloude business-partners aan een leidende positie proberen te helpen. In ruil voor beloofde prijsreducties stonden deze regeringen open voor 'het concurrentieargument'. Om een 'concurrentiële' industriële basis te verzekeren die tegelijk afgeschermd zou zijn tegen vijandelijke overnames, eisten de wapenbedrijven meer overheidssteun voor onderzoek en ontwikkeling, minder exportbelemmeringen en meer subsidies van de exportgarantie-agentschappen voor wapenuitvoer naar ontwikkelingslanden. Eisen waaraan de regeringen probeerden te voldoen.

Een tweede evolutie waar zowel regeringen als bedrijven een win-win situatie in herkenden, was de europeanisering van de nationale aankoopprocedures voor wapentuig. Wat was begonnen als een Frans-Duits initiatief voor programmatorische samenwerking, resulteerde in de oprichting van de Organisation de Coopération Conjointe en matière d'Armements (OCCAR). Dit agentschap begon zijn werk in 2001 en wordt verondersteld het Europese centrale agentschap te worden voor de planning en aankoop van nieuw wapentuig.

Hulp van de Europese Commissie

De Europese Commissie tracht de voorwaarden te verzekeren die nodig zijn voor de concurrentiekracht van de Europese defensie-industrie – ook blijkbaar als zulks betekent dat talrijke wapens over de hele wereld verspreid geraken. Voor de Finse Commissaris Liikanen (noot 12) is het eerste doel de vorming van één enkele geïntegreerde Europese thuismarkt voor defensie, als industriële basis voor de wapenindustrie. Volgens Liikanen houdt dat in dat het aankoopbeleid in Europa moet gestandaardiseerd worden op een gemeenschappelijke noemer. De Commissie belegde een conferentie in november 2000 over 'Het verbeteren van de efficiëntie en vergroten van de concurrentiekracht: de rol van standaardisering', waarop EADS en andere wapenbedrijven hun standpunten kwamen verduidelijken aan vertegenwoordigers van de EU, van de NAVO, van nationale ministeries… (noot 13).

Terwijl de pogingen om een "Europees Wapenagentschap" uit de grond te stampen op zijn zachtst gezegd langzaam opschieten, boekt de EU wél snelle vooruitgang in de sectoren onderzoek & ontwikkeling, en exportbeleid. Die snelheid was geen spontane opwelling van ijver binnen de EU-instellingen: voor nagenoeg elk onderdeel m.b.t. de vorming van een eengemaakte Europese defensiemarkt hebben lobbygroepen hun stimulerende inbreng gehad in het formuleren van het beleid . Volgens Liikanen heeft de Commissie de rol van facilitator voor een goede dialoog en de uitwisseling van informatie tussen de European Defence Industry Group (de belangrijkste lobbygroep voor de wapenindustrie) en de Europese en nationale structuren. Deze dialoog tussen industrie en beleidvoerders over de toepassing van het onderzoeks- en ruimtebeleid van de EU heeft zich ondertussen steeds verder uitgebreid. De NGO's die zich gewoonlijk moeten ontfermen over de slachtoffers van wapenexporten, werden niet betrokken.

EADS en het onderzoeksbeleid van de EU

De Europese luchtvaart- en defensiesector investeert ongeveer 15 % van haar omzet in onderzoek & ontwikkeling. Inzake onderzoek & ontwikkeling op militair vlak wordt slechts ongeveer 20 à 25 % zelf gefinancierd, de rest wordt gesubsidieerd door de EU en door nationale regeringen (noot 14).

Totnogtoe wordt het EU-budget voor onderzoek & ontwikkeling niet rechtstreeks gebruikt voor puur militaire doeleinden, hoewel een aantal projecten wel worden uitgevoerd in samenwerking met b.v. het Britse ministerie van Defensie. Veel projecten betreffen dual use technologie (technologie met een civiele zowel als een militaire toepassing), zoals de fondsen voor de micro-elektronica en voor geavanceerde materialen en structuren. De meeste wapenresearch wordt tegenwoordig gefinancierd op nationaal of regionaal niveau, soms ook d.m.v. de researchprogramma's van de Western European Armaments Group zoals dat b.v. het geval is voor EUCLID (European Cooperation for the Long Term in Defence). Toch schat men de EU-bedragen die naar research voor wapentechnologie gaat op 1.5 tot 2 miljard EURO per jaar (noot 15).

Nieuwe adviesraden voor nieuwe lobbymogelijkheden

Vanaf het ogenblik dat de EU begon te werken aan het zesde Kaderprogramma (2002-2006) voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling, dat wil bijdragen aan het tot stand brengen van een ''Europese Onderzoeksruimte', begon de luchtvaart- en defensie-industrie krachtig te lobbyen om een flinke hap van die fondsen in te palmen. De eerste lobbyroute loopt langs de European Research Advisory Board (EURAB), waarin 45 deskundigen de Commissie adviseren over research kwesties. EADS wordt hier vertegenwoordigd door Brigitte Serreault.
Maar de Europese Commissie biedt de luchtvaart- en defensie-industrie ook andere lobbykanalen aan via de oprichting van nieuwe comités. In oktober 2000 richtte Commissaris voor Onderzoek Busquin de 'Group of Personalities' op; deze is in het kader van de invoering van de Europese Onderzoeksruimte verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een visie op de luchtvaart in 2020. De Group werd voorgezeten door Busquin zelf en telde 14 vooraanstaande figuren uit de luchtvaartindustrie, w.o. de EADS-medevoorzitters Jean-Luc Lagardère en Manfred Bischof en BAE Systems-voorzitter Sir Richard Evans.

Op 29 januari 2001 legde de Group op de Aeronautics Days Conferentie in Hamburg haar verslag voor: 'European Aeronautics: A Vision for 2020'. Het schetst ideeën voor onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten en richt de schijnwerpers op de behoefte aan meer overheidsfinanciering om die visie in realiteit te kunnen omzetten. Hoewel het rapport het vooral heeft over civiele aspecten, is er ook een belangrijke militaire doelstelling: « …meer beslissende inspanningen leveren om de synergieën tussen de civiele en de militaire research in elkaar te laten passen. Die twee hebben veel gemeenschappelijke technologische behoeften en Europa zou synergieën tussen beide moeten bevorderen om daar dezelfde voordelen uit te kunnen halen zoals andere landen dat doen. »

De Group vroeg ook de oprichting van een 'Advisory Council for Aeronautics' om zo snel mogelijk een 'Strategic Research Agenda' (SRA) op te stellen voor de luchtvaart. Deze adviesraad zou in de lente van 2001 van start moeten gaan en zijn SRA moeten klaar hebben tegen begin 2002.
De industrie bestelt…: de Commissie levert. Net voor het einde van de lente, op 19 juni 2001, opende EU-commissaris voor Onderzoek Busquin in Le Bourget, op de Parijse luchtvaartshow (eigenlijk de grootste Europese wapenbeurs), de eerste vergadering van de splinternieuwe Advisory Council for Aeronautics Research (ACARE). Onder de leden van ACARE vinden we Walter Kröll (Voorzitter DLR – Deutsche Luft- und Raumfahrtgesellschaft), François Lureau (Chief Executive Officer van Thales Aerospace), Phil Ruffles (Director of Engineering and Technology Rolls-Royce), Joachim Szodruch (Directeur EADS Airbus) en Victor Aguado (Directeur-generaal Eurocontrol). ACARE heeft als taak de Strategic Research Agenda (SRA) voor te bereiden en te promoten. Deze SRA zal dienen als leidraad voor de planning van researchprogramma's – vooral nationale en EU-programma's – op het domein van de luchtvaart. Dit omvat ook militaire toepassingen die we echter niet 'militair' mogen noemen. Een uitstekend voorbeeld is het Galileoproject.

Dankzij het lobbywerk zal de luchtvaart- en defensie-industrie ook haar verhoging van het budget binnenhalen van 700 miljoen EURO tot 1 miljard EURO voor onderzoek en ontwikkeling in het zesde Framework Programme, een toename met bijna 43 %.

EADS stelt de luchtvaart- en defensieagenda op voor Europa

Maar die invloed op het Europese researchbeleid is slechts de meest zichtbare indicator voor de betrokkenheid van de bedrijven. Al lang daarvoor waren de bedrijven die nu EADS vormen naast andere producenten ook van de partij geweest bij het in de steigers zetten van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) en het Gemeenschappelijk Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (GEVDB).

Via de twee belangrijkste lobbygroepen van de wapenindustrie, de European Defence Industries Groep (EDIG) en de Aerospace Components Manufacturers Association (AECMA – Chief Executive Officer Rainer Hertrich van EADS is voorzitter van deze lobbygroep) namen de grote bedrijven deel aan de voorafgaande consultaties van Polarm (European Armaments Policy Council Working Group) en Coarm (Working Group on Exports of Conventional Arms). Beide comités bespraken de integratie van de WEU (West-Europese Unie), de oprichting van een European Armaments Agency en een Europese uitvoerwetgeving. Via deze comités werden de bedrijven ook uitgenodigd op de briefings van de Council of Permanent Representatives of the EU (COREPER): het conclaaf van de ambassadeurs die het diplomatiek graaf- en spitwerk doen voorafgaand aan de vergaderingen van de Europese ministers).

Het toppunt om de macht van de bedrijven te illustreren was de opname van hun studie over de toekomst van de Europese defensie-industrie als Commissiedocument: 'Implementing European Union Strategy on Defence-related Industries' in 1997.

In dat licht kan de relevantie van de onlangs opgestarte adviesgroep voor luchtvaart STAR 21 niet genoeg benadrukt worden. In de herfst van 2001 verwelkomde de Europese Commissie dit industrieel initiatief om te onderzoeken hoe het bestaande politieke en wetgevende kader moet aangepast worden om de wereldwijde concurrentiekracht van de sector veilig te stellen. STAR 21 is een van de mooiste voorbeelden hoe EADS en andere grote luchtvaart- en defensiebedrijven inderdaad zeer nauwe contacten onderhouden met de Europese Commissie en de agenda van de Commissie mee bepalen. STAR 21 is uitermate buitengewoon van samenstelling. Niet minder dan vijf Europese Commissarissen en zeven van de meest vooraanstaande voorzitters van de sector zetelen er in, waaronder de twee van EADS: Manfred Bischoff en Jean-Luc Lagardère. Daarnaast ook twee Europese parlementsleden (die niet zijn afgevaardigd door het Europees Parlement) en de Hoge Commissaris voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid Javier Solana (zie schema ) (noot 16).

EU-Commissaris Liikanen zit de groep voor. Hij verduidelijkt: « Deze sector is strategisch belangrijk voor technologische ontwikkeling, wetenschappelijke vooruitgang, en voor de defensie en de veiligheid van Europa (…). Dus is het essentieel dat we al onze energie toespitsen op de vraag hoe het politieke en wetgevende kader het beste de belangen van Europa kan dienen (noot 17). "
De groep zal de aanschafprocedures en de grensoverschrijdende trafieken van militaire goederen binnen de EU herbekijken. En zij zal ook de blik richten op de ontwikkeling van een Europese ruimtestrategie, met inbegrip van Galileo en van de voor het ruimtebeleid belangrijke aspecten van het Gemeenschappelijk Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (middelen voor inlichtingenverzameling en crisismanagement ontwikkelen).

'Neutrale' conferenties en denktanks

Om hun winsten te maximaliseren en hun invloed op het beslissingsproces veilig te stellen maken bedrijven als EADS, naast 'schenkingen' en lobbykantoren in Brussel en andere hoofdsteden, ook gebruik van talrijke andere middelen. Eén zo'n instrument is het inhuren van public relationsbedrijven om een 'neutrale' conferentie op touw te zetten, zoals het 'Forum Europa' (een zelfverklaard neutraal platform voor debat over Europese materies), dat gesponsord wordt door EADS. Besluitvormers uit verschillende nationale en internationale agentschappen worden uitgenodigd om vervolgens het doelwit te worden van bedrijfspropaganda – misschien op een meer gesofistikeerd niveau, maar toch. Javier Solana, hoge vertegenwoordiger van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid, werd uitgenodigd voor de zesde Defence Conference (22/05/01) om deze conferentie over 'Europe's Future Defence Strengths' te openen (noot 18). Tom Enders, hoofd van de afdeling Defensie- en Civiele Systemen van EADS, maakte aan de aanwezige politici duidelijk dat « de industrie niet over water kan wandelen. Wil Europa sterk worden in defensie, dan moet het een aanzienlijke verhoging doorvoeren in de militaire uitgaven. Er zijn geen middelen waarmee de industrie zélf kan instaan voor het compenseren van de achterop hinkende Europese defensiebudgetten (noot 19). »

Op 24 januari 2002 sponsorden EADS, BAE Systems, Finmeccanica, Thales en Euractiv dan weer de European Defence R&D Conference, georganiseerd door het public relationsbedrijf GPC International. Tom Enders (EADS) kreeg opnieuw de kans om aan de Europese Commissie, WEAG en andere ambtenaars zijn mening te kennen te geven over de ontbrekende fondsen voor onderzoek en ontwikkeling, en gebruikte daarbij het argument van 11 september (noot 20).

Een andere manier voor een bedrijf om haar wensen onder het relevante publiek te verspreiden is het financieren van conservatieve denktanks, die dan op hun beurt een verhoging van de defensiebudgetten gaan eisen. Het Centre for European Reform (CER) is een vooral Britse denktank « gewijd aan de verbetering van de kwaliteit van het debat over de toekomst van de EU (noot 21)» . Deze naar eigen zeggen 'onafhankelijke' organisatie werd opgericht door 34 leden-bedrijven, w.o. de drie grootse Europese wapenbedrijven : EADS, BAE Systems en Thales UK.

Een van de doelstellingen van CER is een in heel Europa aanvaard streefcijfer in te voeren voor de nationale defensiebudgetten, waarbij alle lidstaten van de EU zich verbinden om minstens 2 % van hun Bruto Binnenlands Product te besteden aan defensie, en 25 % van hun defensiebudget aan wapenaankopen en onderzoek & ontwikkeling. De CER hoopt dat de Ministerraad een monitoring groep opzet van militaire planners voor de coördinatie van het uitoefenen van druk vanuit gelijkaardige groepen, om de regeringen aan te sporen hun militaire capaciteiten op te drijven. Politici van uiteenlopende politieke strekking schaarden zich achter de CER-doelstellingen. Carl Bildt, de conservatieve voormalige premier van Zweden, zetelt in de adviesraad van CER. Hij schreef voor CER het artikel 'Opening Europe's Final Frontier', waarin hij de stelling verdedigt om « van het ruimtebeleid een sleutelelement te maken van de agenda in de komende jaren ». Voor Bildt veronderstelt dit een ruimtebeleid « om vrede en stabiliteit in Europa en daarbuiten te verzekeren ». « Het Europees Ruimte Agentschap ESA zou de toestemming moeten krijgen om projecten op te zetten met veiligheids- en defensie-implicaties (…) ».
Carl Bildt verscheen eerder al op het toneel als een van de 'wijze' mannen die voor diezelfde militarisering opkwamen van het Europees Ruimte Agentschap, in een rapport aangevraagd door de ESA-directeur-generaal « om hem onafhankelijk advies te leveren over de evolutie van ESA » (onze cursivering).

Lobbying: wat is er fout aan?

Principieel is er niets foutiefs aan, je visie uit te leggen aan beleidsvoerders. Wat ons echter alarmeert is dat de huidige besluitvorming over militaire aspecten – lees: herstructurering van de defensie-industrieën, harmonisering van de exportwetgeving in Europa, het beleid van onderzoek en ontwikkeling, het Europese ruimtebeleid… - totaal beheerst wordt door wapenbedrijven, informele adviesgroepen, conservatieve denktanks en wapenlobbygroepen…
Zonder publieke bezorgdheid over de verborgen, perverse rol van dat soort public relations-gerichte conferenties, lobbygroepen en adviesgroepen, is elke hoop op echte, waarachtige democratie, op transparantie en op toegang tot de Brusselse besluitvorming, niet meer dan een illusie.

Bij de opbouw van de defensiesector in Europa mag niet de met-alle-middelen-te-bevorderen concurrentiekracht van de wapenindustrie het debat domineren, maar wel de vraag hoe we de wapenuitvoer aan banden kunnen leggen naar dubieuze regimes, hoe we de economische macht van Europa kunnen aanwenden om de wereld veiliger te maken zonder wapens te moeten uitvoeren om 'jobs te redden' of om de winsthonger van aandeelhouders te stillen.

De machtsconcentratie in dit Europa, waarin het Parlement nagenoeg geen invloed uitoefent op Defensie en op Buitenlandse Zaken en een echt publiek debat volkomen ontbreekt, levert de ideale werkomstandigheden voor op lobbywerk gebaseerde besluitvorming in Europa. Met andere woorden: het is de band bedrijven-staat die de agenda's opstelt, en wij burgers worden niet ingelicht, laat staan geraadpleegd.




De evolutie van het Europees wapenexportbeleid

In de Europese Unie kennen we al geruime tijd een Gedragscode (Code of Conduct) die export naar twijfelachtige regimes of conflictregio's enigszins probeert in te tomen. De wapenindustrie zocht en vond echter middelen om zoveel mogelijk aan het keurslijf van al te beperkende EU-regels te ontsnappen.

"Wanneer wapensystemen ontworpen worden in het ene land, vervolgens onderdeel per onderdeel vervaardigd worden in verscheidene andere landen, om tenslotte verkocht te worden aan zowel betrokken staten als aan derde landen, heeft er dan een exporttransactie plaatsgevondenwanneer spreken we dan van export en wie is de exporteur?" (noot 22) Deze vraag is cruciaal wanneer we het hebben over grensoverschrijdende defensiegiganten als EADS.
In de vroege jaren negentig pasten de Amerikaanse wapenproducenten, eens de goede oude tijd van de onbegrensde overheidsfinanciering voorgoed voorbij was, een fusioneringsstrategie toe, hiertoe aangezet door hun regering. Niet veel later werd EADS opgericht als antwoord van de Europese wapenproducenten op de sterke concurrentiële positie van de nieuw gevormde Amerikaanse mega-firma's. In diezelfde periode (1998) namen de lidstaten van de Europese Unie een Gedragscode ('Code of Conduct') voor de wapenexport aan, voor Europa een eerste stap in de richting van een geharmoniseerd Europees wapenexportbeleid.

OCCAR ondergraaft de exportbeperkingen

De grensoverschrijdende productie van wapensystemen was een onvermijdelijk gevolg van de opkomst van multinationale bedrijven. De internationale samenwerking nam nog verder uitbreiding door de oprichting van de 'Organisation de Coopération Conjointe en matière d'Armaments (OCCAR). Dit Frans-Duitse initiatief was, net zoals EADS, bedoeld om de Europese wapenprogramma's te stroomlijnen door middel van een gezamenlijk aankoopagentschap. OCCAR-leden zijn momenteel Frankrijk, Duitsland, Italië en het Verenigd Koninkrijk, terwijl België, Nederland, Spanje en Zweden op het punt staan om toe te treden.

Het meest recente OCCAR-project is de aankoop van militaire A400M-transportvliegtuigen van Airbus. Vorig jaar werd hiervoor een contract getekend met Airbus Military, waarvan EADS meerderheidsaandeelhouder is. Het contract van 18 miljard EURO is het grootste dat OCCAR totnogtoe aanging. Turkije, geen lid van OCCAR, is toch betrokken bij het A400M-project. Dit wil zeggen dat alle andere betrokken landen op structurele wijze zullen samenwerken met het Ankara-regime. Zulk soort samenwerking ondergraaft echter het wapenexportbeleid van Europese landen die niet bereid zijn voor de schendingen van de mensenrechten en het repressieve regime in Turkije een oogje dicht te knijpen.

Verwacht wordt dat OCCAR de bestaande wetgevingen inzake de controle op wapenexport structureel zal ondermijnen. OCCAR kan immers een praktijk in het leven roepen waarbij in geval van een coproductie van wapens, ofwel het land waar het grootste deel van de productie plaatsvindt, ofwel het land van de eindassemblage, ofwel het land van waaruit de effectieve export gebeurt, meteen ook het land zal zijn dat beslist of eventuele uitvoer toegestaan is binnen de beperkingen van de Europese Gedragscode. Deze werkwijze wordt inderdaad reeds voorgesteld (maar is nog niet aanvaard) door POLARM, het EU-orgaan dat zich bezighoudt met de herstructurering van de Europese defensie-industrie.

Gedragscode: een andere invalshoek

De gedragscode voor de wapenexport wordt over het algemeen beschouwd als een stap vooruit in de richting van een Europa met respect voor de ethische en politieke gevolgen van wapenhandel. De Code kan echter ook bekeken worden vanuit een ander perspectief, namelijk als een eerste stap, op het vlak van wapenexport, naar een gezamenlijk Europees beleid van Buitenlandse Zaken en Veiligheid: ze effent het pad voor samenwerking en productie over de grenzen heen.

In 1998 werd de Gedragscode herwerkt tot een nieuwe, meer uitgebreide code met meer aandacht voor de effecten van wapenhandel op de mensenrechten. Maar tegelijkertijd bleef er voldoende ruimte voor interpretatie, waardoor de code niet zozeer de export van wapens beperkt, maar eerder een document is waarnaar verwezen kan worden als het gaat om de export van wapenonderdelen naar een andere EU-lidstaat, waar ze dan geassembleerd worden om als geheel uitgevoerd te worden naar derde landen. Sinds het bestaan van de Europese Gedragscode gebruiken regeringen meer en meer het argument dat het het land is waar de assemblage plaatsvindt, of het land van waaruit geëxporteerd wordt, of het land waar de voornaamste aannemer gevestigd is, dat mag beslissen of de uitvoer kan plaatsvinden. Alle betrokken landen (indien het om EU-lidstaten gaat) zijn immers gebonden aan die zelfde Gedragscode. Op deze manier komt de Gedragscode eerder tegemoet aan de behoeften van een defensie-industrie die meer en meer de internationale toer opgaat (waarvan EADS een duidelijk Europees voorbeeld is), dan dat ze ten dienste staat van vrede en veiligheid. Het is algemeen geweten dat ondanks deze ene Europese Gedragscode, de praktische interpretatie in bijvoorbeeld Frankrijk, gunstiger is voor de wapenindustrie dan in Duitsland, Nederland, België en Zweden. Een bedrijf als EADS kan deze interpretatieverschillen aanwenden in eigen voordeel.

EU-regeringen werpen hiertegen op dat in deze regeling des te méérde landen met een strenger exportbeleid het recht hebben aan hun strengere exportnormen vast te houden en dat ze dus een eventueel ongewenste uitvoer naar derde landen kunnen verhinderen. In de praktijk zal dit echter slechts zelden gebeuren wanneer de relaties met belangrijke bondgenoten op het spel staan. Wel hebben ze gelijk als ze stellen dat, àls Europa een strenger wapenexportbeleid moet krijgen, het op het nationale niveau is dat burgers, parlementen en media dit moeten afdwingen, tegen de macht in van bedrijven als EADS.

Framework Agreement: rationalisering van de samenwerking

De Gedragscode op zich voldeed niet voor de defensie-industrie. In de aanloop naar EADC (de mislukte voorganger van EADS, zie eerder) richtten de zes betrokken landen (Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en Zweden) de zogenaamde 'Letter of Intent Group' (de 'Intentieverklaringsgroep') op. Deze stelde in 2000 een kaderovereenkomst op voor de herstructurering van de Europese defensie-industrie: de 'Framework Agreement'. Het dubbele doel hiervan was: enerzijds het vergemakkelijken van samenwerking binnen de defensie-industrie (via: het beveiligen van geheime informatie; onderzoek & ontwikkeling; intellectuele eigendomsrechten; en de harmonisering van militaire vereisten); en anderzijds het uitwerken van een eenduidige wetgeving inzake wapenexport om het aantal controverses over de uitvoer naar bepaalde derde landen te verminderen.

Volgens de 'Swedish Peace and Arbitration Society' (SPAS) "zijn er in essentie drie aspecten van het Framework Agreement die bezorgdheid oproepen inzake wapenhandel. In de eerste plaats zal de procedure voor exportcontrole er vermoedelijk toe leiden dat Zweeds wapentuig uitgevoerd wordt naar landen naar dewelke vanuit Zweden voorheen nooit mocht worden uitgevoerd. Dit komt dan omdat de andere vijf landen een meer toegeeflijk beleid voeren en uitvoer naar twijfelachtige bestemmingen wèl toelaten. Ten tweede is de overeenkomst een stap terug in de evolutie naar grotere transparantie van de wapenhandel. De Framework Agreement stelt dat de betrokken landen een gezamenlijke 'witte lijst' van goedgekeurde exportbestemmingen moeten opstellen. Een lijst die echter geheim blijft. Ten derde zal het stopzetten van de uitvoer naar een bepaald land moeilijk zijn wanneer de situatie in dat land verergert, aangezien het heel wat moeite zal kosten om een land van de 'witte lijst' te schrappen eens het erop is aanvaard".

Twee bijkomende opmerkingen kunnen hierbij gemaakt worden. Ten eerste zullen hierdoor zes van de vijftien EU-lidstaten de krijtlijnen voor het beleid inzake wapenexport uittekenen, enkel en alleen omdat hun defensie-industrie groot is. En dat terwijl de Gedragscode voorheen was aangenomen door àlle lidstaten. Daarnaast groeitTen tweede groeit de hartenwens roep van sommige leden van de Europese Commissie om voor een sterkere Europese defensie uit te bouwen (hetgeen onmogelijk is zonder een Europese defensie-industrie), aldus uit tot een argument om soepeler regels op te stellen. Een Europese defensieindustrie is blijkbaar meer gewenst dan een strenger wapenexportbeleid.
Op die manier gaat de heersende trend van het oprichten van defensiegiganten hand in hand met de versoepeling van het wapenexportbeleid. In het geval van EADS kan hier moeilijk naast gekeken worden. Het bedrijf zelf verklaart het eerste transnationale lucht- en ruimtevaartbedrijf te zijn, dat daarenboven via zijn talloze vestigingen over heel de wereld alomtegenwoordig is en een leiderspositie inneemt op wereldvlak. Deze leiderspositie kan EADS in eigen voordeel aanwenden om de verkopen op te drijven, maar eveneens om regelgevingen te omzeilen.

De Nederlandse regering

Tot slot: wat heeft geeft de Nederlandse regering het recht om de export en de productie van een van de belangrijkste Europese wapenproducenten te controleren? De voornaamste reden waarom EADS officieel in Nederland gevestigd is, hoewel er geen EADS-werknemers te vinden zijn, heeft te maken met de belastingen. Maar betekent die vestigingsplaats ook dat de Nederlandse regering iets te zeggen heeft in de productie en de uitvoer van EADS?
De vaak gehoorde link tussen rechten en plichten gaat niet op voor bedrijven als EADS. Het bedrijf maakt gebruik van de gunstige financiële omgeving, maar hoeft zich niet te houden aan de, in vergelijking met pakweg Frankrijk, striktere exportvoorschriften. EADS, geregistreerd in Nederland, kan raketten produceren voor de Franse kernmacht, politici omkopen om EADS-wapens aan te schaffen, militaire transportvliegtuigen bestemd voor Turkije co-produceren en helikopters uitvoeren naar Indonesië, zonder een Nederlandse vinger in de pap.

Meer controle

De drijvende kracht achter de europeanisering van de defensie-industrie is een coalitie tussen de voornaamste wapenproducenten, de Europese Commissie en enkele EU-lidstaten die nauwe contacten onderhouden sinds halfweg de jaren negentig. Van Een sluitende exportcontrole op de productie en de export van wapens ligt deze coalitie niet wakkerop wapens is geen grote bezorgdheid van deze coalitie. Hun voornaamste doel is het creëren van een werkbare praktijk waarbij wapens geproduceerd worden in verschillende landen en waarbij men zo weinig mogelijk verzet tegen de export ondervindt.

Hoe men aan deze sturende coalitie tegenwind kan bieden, ligt niet zomaar voor de hand. De EU-staten zijn te verscheiden om één gezamenlijk antwoord te formuleren. De richting die men moet uitgaan is die van strengere nationale en verbeterde Europese controle, van samenwerking met groepen in 'klant-staten' om kritiek naar voor te schuiven, en mekaars werk te ondersteunen (gebaseerd op nationale ervaringen, regels inzake wapenexport en mogelijkheden). "Afzonderlijk zijn we sterk, samen zijn we nog sterker" is de leuze van EADS. Het moet ook de onze worden, om zo de controle op te drijven en de wapenproductie door Europese defensie-giganten als EADS aan banden te leggen.




Naar een ander Europa!

Het verdrag van Amsterdam (1997) gaf de Europese Unie de verantwoordelijkheid om de Petersbergtaken uit te voeren. Hieronder vallen operaties met als doel peace-keeping (ordehandhaving en controleren van akkoorden) en peace-making (het militair afdwingen van vrede in een gewelddadig conflict). Door deze stap te zetten heeft de EU duidelijk gekozen om conflicten op te lossen via militaire interventies. In plaats van te investeren in conflictpreventie, investeert Europa in de militarisering van de EU. En dat kan uiteraard niet zonder een sterke hoogtechnologische wapenindustrie. Wij hebben hier onze bedenkingen bij. Europa moet en kan anders!

Doelstelling van de Europese interventiemacht is om binnen de 60 dagen 60.000 soldaten operationeel te kunnen hebben, en dit zo te kunnen houden gedurende een jaar. Officieel is dit nog geen Europees leger, aangezien de interventietroepen deel blijven uitmaken van nationale legers, maar de eerste stappen zijn hiermee gezet.
Sommige politici zijn ervan overtuigd dat militaire interventies door de Europese Unie een hogere morele standaard zullen hebben dan deze van de Verenigde Staten. Bij deze redenering gaat men er van uit dat de Europese Unie gedreven wordt door waarden en de Verenigde Staten door belangen.

De meningen kunnen weliswaar verschillen wanneer het gaat over het nut van militaire vredesoperaties om mensenrechten te vrijwaren en een meer vreedzaam klimaat te bewerkstelligen in door oorlog verscheurde gemeenschappen. Maar elk debat is overbodig om aan te klagen dat miljarden dollars worden verkwist aan militaire ontwikkelingen inzake hoogtechnologische offensieve wapensystemen, die niet dienen om de vrede te bewaren maar om vrede op te dringen door middel van oorlogsdaden die verwoestende effecten hebben op de samenlevingen die met deze militaire operaties geconfronteerd worden. Doorheen de geschiedenis handelden staten steeds op basis van hun belangen, niet op basis van mensenrechten of humanitaire morele drijfveren. Er mag dus verondersteld worden dat de Europese interventiemacht in de eerste plaats ten tonele zal verschijnen waar Europese belangen bedreigd worden.

Een belangrijk gevolg van de militaire machtspolitiek waar de EU mee van wal steekt, is dat Europa tevens haar eigen defensie-industrie nodig heeft om tegemoet te kunnen komen aan de vraag naar nieuwe, hoogtechnologische wapens. Als Europa een belangrijke militaire rol wil spelen in de wereld, dan is niet alleen een eigen leger van essentieel belang, maar moet ook een sterke, van Amerikaanse wapenbedrijven onafhankelijke hoogtechnologische militaire industrie opgebouwd worden. Dit wil zeggen dat de EU-landen hun defensiebudgetten drastisch dienen te verhogen, aangezien de kloof tussen de defensiebudgetten van de EU en de VS enorm is. In 2000 bedroeg het defensiebudget van de EU-landen samen 173.319 miljoen $, vergeleken met een huidig defensiebudget van de VS dat 343.200 miljoen $ bedraagt (2002). Het zou krankzinnig zijn als Europa deze kloof zou willen dichten door haar defensiebudgetten op te drijven.

Door wapens te verkopen en een eigen militaire industrie op te bouwen, draagt Europa bij tot de escalatie van conflicten in plaats van deze op te lossen of (beter nog) te voorkomen. Het wekt weinig vertrouwen dat de EU scheidsrechter wil zijn bij gewelddadige conflicten maar aan de andere kant zelf mee aanleiding geeft tot het ontstaan van escalerende conflicten. We denken aan armoede, schuldenlast en oneerlijke Noord-Zuidverhoudingen, maar natuurlijk ook aan de wapenhandel. Hoe geloofwaardig zijn 'humanitaire' militaire interventies als diezelfde landen op grote schaal rechtstreeks of onrechtstreeks wapens exporteren naar landen waar zware mensenrechtenschendingen plaatsvinden? Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en België leveren wapens aan Turkije. Het Verenigd Koninkrijk bezorgde wapens en training aan het Indonesische leger en maakte op die manier de volkerenmoord in Oost-Timor mogelijk. Zelfs nu nog worden wapens geëxporteerd vanuit de EU naar landen die betrokken zijn in het huidige conflict in Congo.

Maar een ander Europa is mogelijk.

De huidige EU-politiek zal niet leiden naar een meer rechtvaardige en vreedzame wereld. De Europese Unie zou een belangrijke constructieve internationale rol kunnen spelen in het oplossen van conflicten. Europa moet zich toespitsen op politieke oplossingen en conflictpreventie (noot 23). In plaats van het militaire industriële complex te ondersteunen, zou de Europese Unie als bemiddelaar moeten optreden in conflicten – hetgeen een moeilijke opgave wordt indien er reeds een Europese militaire interventiemacht aanwezig is. Echte conflictpreventie betekent het verdelgen van de wortels van onrecht, onrechtvaardige handel, hongersnood in Derde Wereldlanden. De EU zou een hoofdrol moeten spelen in het opzetten van eerlijke handel, het kwijtschelden van de schuldenlast van de Derde Wereld, het bestrijden van de hongersnood door een betere verspreiding van voedsel over heel de wereld en door een reorganisatie van de interne Europese landbouwpolitiek. De EU zou een belangrijke rol kunnen spelen in het zoeken naar remedies voor allerhande ziektes en in het oprichten van educatieve programma's gericht op het wegwerken van analfabetisme.
In dat geval zou de wereld een ander Europa te zien krijgen. Een Europa dat daadwerkelijk kiest om de oorzaken van conflicten te bestrijden in plaats van te investeren in een interventiemacht, een defensie-industrie en wapenhandel.




Aandeelhoudersactie voor een ander EADS-beleid

Als ethische aandeelhouders en vredesactivisten zullen wij aanwezig zijn op de algemene EADS-aandeelhoudersvergadering in Amsterdam, op 17 mei 2002. We maken gebruik van onze principiële rechten als actieve aandeelhouders om vragen te stellen over wat volgens ons lacunes zijn in de informatie die het officieel jaarrapport van het bedrijf vrijgeeft – het kritische Jaarrapport dat u hier leest is ons eigen alternatief.

We zullen op de vergadering aan de leden van de Raad van Bestuur vragen om voortaan een ethisch verantwoord beleid te voeren. De Raad van Bestuur zal met een aantal duidelijke eisen geconfronteerd worden.
Uit ons eigen kritisch aandeelhoudersrapport dat u in de voorgaande bladzijden kon lezen blijkt overduidelijk dat heel wat zaken binnen EADS moeten veranderen:

Doe mee met de ethische aandeelhouders van EADS

Als jij ons wil helpen om mee de wapenhandel aan te pakken door een bevraging van het etische beleid van EADS, sluit je dan aan bij de Groep van Ethische EADS Aandeelhouders.
Contact : eads@vredesactie.be
Patriottenstraat 27
2600 Berchem
België
tel. : +32/3/281.68.39
Meer informatie op http://www.vredesactie.be/


Noten:

  1. Defence Systems Daily, 7 februari 2002 http://defence-data.com/archive/page13498.htm
    Terug naar tekst
  2. EADS Website: www.eads.net/
    Terug naar tekst
  3. Door gebrek aan opdrachten voor de Eurofighter (Nederland koos voor de Joint Strike Fighter, de Amerikaanse concurrent) is de ambitie nu wat lager gesteld.
    Terug naar tekst
  4. Zie bijvoorbeeld de European Defence R&D Conference die door een public relationsbureau voor EADS, BAE Systems, Finmeccanica en Thales georganiseerd werd: "… de nieuwe behoeften van de wereld na 11 september".
    Terug naar tekst
  5. Ongeveer 30% van de aandelen van EADS is in handen van Ste de Gestion de l'Aeronautique de la Defence et de l'Espace (SOGEADE), een Franse vennootschap wiens aandelenkapitaal voor 50% in handen is van SOGEPA (voor de Franse regering) en voor 50% in handen van DESIRADE (waarvan de aandelen dan weer in handen zijn van Lagardère (74 %) en de Franse financiële groepen BNP-Paribas en Axa (26 %).
    DASA AG, een indirecte dochteronderneming van DaimlerChrysler, bezit eveneens 30% van de aandelen van EADS. Op die manier is 60% van de aandelen gelijkmatig verdeeld over de Duitse autoconstructeur DaimlerChrysler en SOGEADE, dat hoofdzakelijk eigendom is van mediagroep Lagardère. Samen beheren deze twee EADS via een vennootschap naar Nederlandse wetgeving.
    SEPI, dat in naam van de Spaanse overheid eveneens deel uitmaakt van de vennootschap, bezit 5% van de aandelen van EADS. Het publiek bezit 30% van de aandelen. (zie voor dit alles www.finance.eads.net/docrefva.pdf, EADS Reference Document Financial Year 2000)
    Terug naar tekst
  6. Enkele voorbeelden: EADS bezit 80% van Airbus Integrated Company, de overige 20% is in handen van BAE Systems. MBDA is een samenwerkingsverband joint venture tussen BAE Systems (37,5%), EADS (37,5%) en het Italiaanse bedrijf Finmeccanica (25%). EADS is betrokken in een groot aantal samenwerkingsverbanden joint ventures en strategische samenwerkingsverbanden met al de voornaamste spelers op het terrein van de defensie-industrie in Europa. Daarnaast ondertekende EADS een Memoranda of Understanding met Honeywell en Thales Avionics. (zie http://defence-data.com/current/page13745.htm
    Terug naar tekst
  7. Een Memorandum of Understanding voor de aankoop van 212 A400M vliegtuigen is in 2001 ondertekend door België (8 toestellen), Frankrijk (50), Duitsland (73), Spanje (27), Turkije (10), het Verenigd Koninkrijk (25), Italië (16) en Portugal (3). Het luchttransporttoestel zal ontwikkeld en gebouwd worden door Airbus Military in Toulouse dat een samenwerking is van Airbus (een bedrijf van EADS samen met BAE Systems, 64%), met EADS (25,5%), TAI (Turkije, 5%), Flabel (België, 4%) en Ogma (Portugal, 1,5%).
    Terug naar tekst
  8. C4SR : Command, Control, Communication, Computer, Surveillance and Reconaissance. Dit zijn een aantal kernbegrippen van de hedendaagse oorlogsvoering, waar de defensie-industrie zich dan ook sterk op richt.
    Terug naar tekst
  9. Agence Europe 27/4/2001
    Terug naar tekst
  10. De meeste gegevens over wapenverkopen komen van: www.sipri.org/
    Terug naar tekst
  11. armstrade list: http://www.news24.com/News24/South_Africa
    Terug naar tekst
  12. Erkki Liikanen, de Finse Europese Commissaris voor de Onderneming en de Informatiesamenleving had het op de vijfde Defence Industries conferentie van het Forum Europe (23 mei 2000) over de rol van de EU en meer in het bijzonder van de Europese Commissie bij het bevorderen van de concurrentiekracht van de Europese defensie-industrie. Zijn toespraak vindt u op de volgende website: http://europa.eu.int/comm/enterprise/defence/defence_docs/
    defliikanenspeech.htm

    Terug naar tekst
  13. Rapport te verkrijgen op de volgende website: http://europa.eu.int/comm/enterprise/defence/defence_docs/
    defense_standards_conf_08112000_part1.pdf

    Het rapport bevat ook de toespraak van EADS-Executive Enders
    Terug naar tekst
  14. Berekening voor 1998: 20 % van de uitgaven voor onderzoek & ontwikkeling op militair vlak. In: Burkard Schmitt, From cooperation to integration: defence and aerospace industries in Europe, Chaillot Paper 40 (July 2000) of the Institute for Security Studies, te vinden op www.iss-eu.org/
    Ook de lobbygroep AECMA geeft cijfers over uitgaven en subsidies voor onderzoek & ontwikkeling: www.aecma.org/FactsnFigs.htm. Zij berekenden dat 25 % van de uitgaven voor onderzoek & ontwikkeling op militair vlak voor het jaar 2000 zelf-gefinancierd was.
    Terug naar tekst
  15. In totaal besteedt de EU tussen 1.5 en 2 miljard EURO per jaar aan met wapens gerelateerde zaken, waarvan het merendeel voor Structurele Fondsen die sociale en economische hulp financieren aan industriegebieden die getroffen zijn door herstructurering ('Objectief 2') en ook een deel van het budget voor research en technologie in het Framework Programme for Research and Technological Development (FP – bijvoorbeeld de 'aerospace' chapters van het vijfde FP). Chaillot Paper 44, p 84, te vinden op www.iss-eu.org/
    Terug naar tekst
  16. Informatie over STAR 21 op http://ec.europa.eu/enterprise/library/enterprise-europe/
    issue5/articles/en/enterprise09_en.htm

    Terug naar tekst
  17. Zie vorige voetnoot
    Terug naar tekst
  18. Voor meer informatie over het Forum Europe: www.forum-europe.com/
    Terug naar tekst
  19. Flug Revue update: Week ending May 27, 2001, www.flug-revue.rotor.com
    Terug naar tekst
  20. Tijdelijke website van de conferentie: www.gpcconferences.com/
    Website GPC: www.gpcbrussels.com/
    Terug naar tekst
  21. Website CER:www.cer.org.uk/
    Terug naar tekst
  22. Christopher Wrigley, "The arms industry", Goodwin Paper #1, Campaign Against Arms Trade, maart 2001, p.13. (het raport is beschikbaar op www.caat.org.uk)
    Terug naar tekst
  23. De EU zou voorrang moeten verlenen aan conflictpreventie, maar doet dat hedentendage geenszins. In 2001 bijvoorbeeld ontving de EU 1330 voorstellen van NGO's voor conflictpreventie, maar nauwelijks 70 ervan bekwamen een subsidie. De EU beschikt over een budget van 200 miljoen EURO voor conflictpreventieprojecten van NGO's. Maar in 2001 werden slechts 4 miljoen van die 200 miljoen toegewezen aan conflictpreventie.
    Terug naar tekst


Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina

Pacifisme-discussie
Wat er van het pacifisme overblijft


Sinds zij aan de bondsregering deelnemen moeten de Duitse Groenen zich in alle mogelijk bochten wringen om overeind te blijven. De aloude tegenstellingen over het milieu- en vooral het defensiebeleid doemen steeds opnieuw op. Er woedt in Duitsland zelfs opnieuw een heuse pacifisme-discussie, wat een luxe.

De aanslagen van 11 september 2001 op het World Trade Center en het Pentagon hebben de discussie over militair optreden een nieuwe impuls gegeven. In de Coalitie tegen Terrorisme hebben de Verenigde Staten de meest onwaarschijnlijke bondgenoten aan hun strijdwagen weten te binden. Ook de rood-groene coalitie van Gerhard Schröder en Joschka Fischer trekt mee ten strijde en heeft daarvoor zelfs de strikte beperkingen die de Duitse wet aan de Wehrmacht stelde terzijde geschoven. In de verdediging van dit beleid tegenover de eigen aanhang zetten Fischer en de zijnen een origineel, zij het niet nieuw, argument in.

Historisch kader

In januari publiceerde de Frankfurter Rundschau een uitgebreide beschouwing van Ludger Volmer, namens de Groenen staatssecretaris op Fischers ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze onderscheidt absoluut – of ethisch – van politiek pacifisme.
Volmer relateert het pacifisme aan het bijbelse verbod op doden. Maar degenen die daaruit een absoluut verbod op militair optreden afleiden verschuilen zich voor de politieke relevantie van hun keuze. Hij wijst erop, dat alleen religieuze fundamentalisten hun ethiek zo verabsoluteren. Wie geen theocratie wil moet de politiek in vrijheid haar besluiten laten nemen, daarbij steeds het belang van een evenwichtig oordeel beklemtonend.
Het politiek pacifisme laat zich weliswaar door dezelfde normen leiden, maar is zich daarbij bewust van zijn historische kader. Iedere tijd heeft zijn eigen bedreigingen en vijandbeelden. Politiek pacifisme keert zich niet alleen tegen valse vijandbeelden, maar pretendeert ook oplossingen te bieden voor de werkelijke dreiging. Maar de gevolgtrekkingen in de ene periode bieden niet noodzakelijk het goede antwoord op de bedreigingen van de andere.
Zo had het pacifisme van de vroege socialisten, gericht tegen het tromgeroffel van de nationalistische staat, zijn reden in het gevoel, dat de arbeidersklasse werd opgehitst om de expansiedrift van de hoge heren te dienen. Maar in de moderne democratie heeft dit pacifisme van de klassenstrijd geen functie meer.
Evenmin heeft het door de oorlogservaringen getekende pacifisme – 'Nooit meer Auschwitz, nooit meer oorlog!' – nog een antwoord. Integendeel, Kosovo heeft laten zien dat dit motto niet meer te verdedigen was. Wie in dat conflict antimilitarist bleef moest de fascistische en tot volkerenmoord oproepende stemmingmakerij tegen de Kosovo-Albanezen voor lief nemen. Wie etnische zuiveringen, indachtig de ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog wilde verhinderen, moest daarbij een zekere militaire inzet accepteren.
Zelfs het anti-imperialistisch gemotiveerde pacifisme dat, na de oorlog in Vietnam, weigerde de wapens op te nemen voor de politiek van de geïndustrialiseerde landen tegenover de ontwikkelingslanden, tegen bevrijdingsbewegingen, heeft geen antwoord op de huidige problemen. Het militair ingrijpen in Afghanistan door de Alliantie tegen terreur was immers niet gericht op de onderdrukking van het Afghaanse volk, maar diende juist zijn bevrijding.
En het atoompacifisme is overleefd door het uiteenvallen van het Warschau Pact, de START-verdragen en de toenadering tussen de NAVO en Rusland.

Geprivatiseerd geweld

Gebleven is de belangrijke opgave van controle op massavernietigingswapens en ontwapening. Maar het nieuwe gevaar wordt gevormd doordat massavernietigingswapens in handen van terroristen komen. De nieuwe eeuw is begonnen met een nieuwe bedreiging en dat is dit keer geen projectie van degenen die vanuit eigenbelang - macht, geld - oorlog willen. Nu gaat het om echte vijanden, die echter niet meer in het model van conflicten tussen staten passen.
Met misdadige inzet strijdt een internationaal netwerk van niet-gouvernementele terroristen tegen de moderne, globaliserende wereld. Een misdadige schaduwsamenleving probeert de basis van de modernisering te ondermijnen. En dit 'geprivatiseerde geweld' kan niet als vals vijandbeeld worden afgedaan.
Volmer noemt het in dit verband verbijsterend, dat veel pacifisten de aanslagen in New York en Washington in eerste instantie niet als een gewapende aanval hebben willen zien, en zich vervolgens keerden tegen degenen, die de handschoen van deze terreur opnamen. Omdat hun strategie ook onschuldigen moest treffen werden, volgens het oude anti-imperialistische sjabloon, slachtoffers als daders bestempeld.
Een pacifisme dat als politieke kracht serieus genomen wil worden mag de werkelijkheid niet zo verdringen. Het mag niet volstaan met kritiek op de anderen, maar moet zelf met oplossingen komen. Zoals de atoompacifisten in de jaren tachtig pleitten voor opheffing van de militaire blokken en in de jaren negentig het idee van een pan-Europese veiligheidsgemeenschap werd ontwikkeld. Nu wordt een antwoord verlangd op het geprivatiseerde geweld.

Multilaterale wereldorde

Pacifisten die gewapend geweld willen minimaliseren staan voor de opdracht de rol van het militaire apparaat terug te dringen en ervoor te zorgen, dat militaire middelen niet onder het voorwendsel van strijd tegen terrorisme voor andere doelen worden ingezet. Ludger Volmer pleit in dat verband voor een politiek pacifisme dat zich inzet voor het primaat van de politiek en de ondergeschiktheid van militaire stappen aan politieke strategie. Pacifisten kunnen militair geweld als uiterste redmiddel niet langer verloochenen, maar moeten strijden voor het civiele middel van de crisispreventie.

Beetje oorlog

Van verschillende kanten is de opvatting van Volmer op de korrel genomen. PDS-buitenlandwoordvoerder Wolfgang Gehrcke houdt ons voor dat pacifisten in alle tijden van een onrealistische houding beschuldigd zijn. De Groenen hebben hun grondbeginselen zodanig geplunderd, dat alleen het redden van de basisbegrippen nog kan verhullen, dat de partij overbodig dreigt te worden. Gehrcke kenschetst Volmers politieke pacifisme als "een pacifisme met een beetje oorlog", dat voortkomt uit de humanitaire interventie, een andere uitvinding van de rood-groene regering Schröder. De vijand is in die oorlog niet langer een ander volk, maar een enkele machthebber, zoals Milosevic, de Taliban of Bin Laden. En het gaat, zegt men, niet meer om macht, invloedssferen, rijkdom of grondstoffen, maar om menselijkheid. Dat was zo in Kosovo, het zoenoffer van de Duitse soldaten voor Auschwitz, en in Afghanistan, waar Duitsland volgens de bondsregering zijn trouw aan het bondgenootschap en zijn onbegrensde solidariteit kon tonen.
Gehrcke waarschuwt voor de Doos van Pandora die door het verdwijnen van de machtsblokken geopend is. De tegenstelling tussen Noord en Zuid is niet opgelost, de kloof tussen arm en rijk zeer diep. Belangenstrijd vlamt op over de zeggenschap over grondstoffenreserves, water en communicatiemiddelen. Het neoliberalisme, dat het antwoord wil zijn op het socialisme, heeft deze problemen niet opgelost maar juist vergroot. Daar is het mondiale terrorisme bijgekomen. Massavernietigingswapens bedreigen de wereld, net als burgeroorlogen, ecologische tijdbommen, plagen, honger en armoede.

Modernisering

Volmer wil, analyseert Wolf-Dieter Narr, hoogleraar politicologie aan de Vrije Universiteit van Berlijn, zichzelf en anderen als pacifist kunnen blijven zien en voegt er daarom het bijvoeglijk naamwoord politiek aan toe. Maar hij vergeet daarbij dat oorlog geen instrument van de politiek is, maar politiek juist bij het begin van de oorlog ophoudt.
Narr ziet het ongeremde kapitalisme als kern van de wereldproblemen. Onder het motto innovatie pleegt dit een ongehoorde roofbouw, niet alleen op de natuurlijke omstandigheden en grondstoffen, maar vooral op sociale instituties en verhoudingen. Om die modernisering door te zetten wordt desnoods oorlog gevoerd.
Volmer miskent deze ontwikkeling, stelt Narr, en gaat aan de eigenlijke problemen voorbij. Drie aspecten zijn onmiskenbaar. 1) De uitleg die Westerse staatslieden geven aan de aanslagen van 11 september 2001 laat zien, dat zij de werkelijke problemen niet begrepen hebben. Integendeel, ze proberen met militaire middelen de eigen Westerse belangen nog steviger te beveiligen. 2) De wel aangestipte problemen laten zich in ieder geval niet met geweld oplossen. En 3) de concentratie op militair geweld vraagt ook van de Westerse samenleving enorme offers; democratie, grond- en mensenrechten worden door 'veiligheidsmaatregelen' beknot.
Jochen Hippler ten slotte - hier te lande bekend als voormalig directeur van het Transnational Institute - wijst erop dat lang niet alle oorlogstegenstanders zich hebben teruggetrokken op een gewetensvol pacifisme. De afwijzing van de oorlog werd ook vaak gebaseerd op het argument dat de gekozen middelen niet overeenkwamen met de officiële doelstellingen. De 'bevrijding van Afghanistan', die Volmer nu aanvoert als legitimatie, was helemaal niet het verklaarde doel van de oorlog. De Amerikaanse en de Duitse regering hebben keer op keer beweerd dat het uitsluitend ging om de strijd tegen terreur. Volmers politieke pacifisme is volgens Hippler niet te onderscheiden van de houding van een willekeurige Pruisische generale staf, die bij zijn planning ook uitging van oorlog als laatste middel dat een politiek doel moet dienen. Het begrip pacifisme wordt op deze manier geheel van zijn inhoud beroofd om het rechtsomkeert van de eigen politiek te maskeren.

De discussie over de toekomst van het pacifisme in de Duitse pers laat zien, dat mensen nog steeds met de geweldsproblematiek worstelen. Meer dan in Nederland in ieder geval, waar de inhoudelijke discussie zich lijkt te beperken tot de gelederen van GroenLinks. Srebrenica mag dan ons nationale trauma zijn, een aanzet tot brede discussie over werkelijke en werkbare alternatieven, waarvoor juist een klein land goede aanzetten zou kunnen geven, is het vooralsnog niet.

Tjark Reininga


Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina

Spektakel

In het Srebenica-rapport van het NIOD wordt uitvoerig aangetoond dat de top van de landmacht de doofpot heeft gehanteerd. Daardoor werd heel wat over het gedrag van Dutchbat geheim gehouden, zelfs voor de eigen minister de Grave. Die reageerde dan ook fel door direct zijn aanblijven als minister ter discussie te stellen.
Wat mij verbaast is dat dit gedrag van het militaire apparaat als uitzonderlijk wordt ervaren. Men beseft kennelijk niet dat dit juist heel normaal is voor een apparaat dat leeft van geheimen en van democratische oncontroleerbaarheid. Ik volsta met één frappant voorbeeld uit mijn rijke ervaring op dit gebied: Aan Paul Nitze, de hoofdonderhandelaar van de VS in de Reagantijd bij de wapenbeheersingsgesprekken met de SovjetUnie, vroeg ik eens of hij de indruk had dat zijn opponenten de Amerikaanse bewapening goed kenden. Hij antwoordde dat ze die perfect kenden en wel zo goed dat hij, Paul Nitze, heel wat over de Amerikaanse bewapening te weten kwam dat door zijn eigen mensen voor hem verborgen was gehouden!
De verantwoordelijkheid voor het Srebenica-fiasco ligt natuurlijk primair bij de regering. Die was zo arrogant om Nederland te beschouwen als verheven boven de strijdende partijen in Bosnië en daarmee gerechtigd om militair tussenbeide te komen. Dat moest ook het Nederlandse imago in de wereld verhogen. En alles draaide uiteindelijk om het redden van de Nederlandse militairen en niet om het beschermen van de bevolking.
Die primaire verantwoordelijkheid van de regering is echter geen excuus voor het optreden van Dutchbat. Geleidelijk is het nodige uitgelekt over misdragingen van die kant. Men weigerde medische hulp aan zieke en gewonde burgers, men leverde vrijwillig mensen uit aan de Serviërs, men vierde vlak na de massamoord feest in Zagreb. Hopelijk zal een parlementaire enquête de feiten aan het licht brengen.
Over primaire verantwoordelijkheid gesproken: die had al in 1995 tot het aftreden van het voltallige Nederlandse kabinet moeten leiden. Nu is dat wel heel laat gebeurd en bovendien met een aantal bewindslieden die er destijds niet bij betrokken waren. Dit aftreden heeft overigens alleen dan betekenis wanneer alle ministers en staatssecretarissen definitief afzien van een nieuwe benoeming. Dat geldt natuurlijk ook voor degenen die in 1995 wel in het kabinet zaten en nu niet en daardoor de dans ontsprongen.


Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina


Wapenhandel
Samenstelling: Frank Slijper



ABN AMRO eigenaar van clusterbommenproducent

Sinds kort is de ABN AMRO bank mede-eigenaar van de Britse clusterbommenfabrikant INSYS, voorheen Hunting Engineering. Waar internationale humanitaire en vredesorganisaties al jaren pleiten voor een moratorium op het gebruik van deze wapens, volgt de bank duidelijk een ander spoor. De trend van het 'maatschappelijk verantwoord ondernemen', waar veel bedrijven tegenwoordig goede sier mee maken, lijkt volledig aan de bank voorbij te gaan. Ze blijft domweg gericht op dat wat altijd haar belangrijkste drijfveer is geweest: het maken van winst.

Afgelopen zomer stootte moederbedrijf Hunting de defensie-activiteiten af. Het onderdeel Engineering, dat deze werkzaamheden uitvoert, had een jaar eerder de inkomsten zien verdampen, nadat het een tienjarig contract van het Britse Atomic Weapons Establishment aan concurrent Lockheed Martin had verloren. Tot die tijd was het beheer van de Britse kernwapens goed voor de helft van Hunting Engineering's inkomsten. Nadat de divisie een tijdje in de etalage had gestaan, namen ABN Amro en enkele directeuren van Hunting Engineering het onderdeel over en gingen ermee verder onder de naam INSYS.

Naast de nucleaire achtergrond is het bedrijf ook berucht als de fabrikant van BL755 clusterbommen. Sinds 1972 zijn meer dan 52.500 exemplaren van dit type verkocht aan zeker 17 landen, waaronder ook Nederland. Andere gebruikers zijn Ecuador, Pakistan, Joegoslavië, Saoedi-Arabië en Nigeria.

De BL755 is een bom die bestaat uit 147 kleinere bommen, 'submunities' in militair jargon, die tijdens de vlucht worden losgelaten. Zo moeten de explosieven over een terrein ter grootte van enkele voetbalvelden mens en materie vernietigen. Een groot deel van de submunities, die ieder weer 2000 splinters bevatten, ontploft in de praktijk niet. Die blijven liggen totdat ze worden aangeraakt door spelende kinderen of ploegende boeren. Zo blijven clusterbommen nog jaren na een conflict mensen doden en verminken. Deze blindgangers hebben daarmee even desastreuze gevolgen als landmijnen. Om die reden voeren organisaties als Human Rights Watch, het Rode Kruis en de Internationale Campagne tegen Landmijnen al jaren actie voor een verbod op deze wapens.

De Britse organisaties Oxfam en Landmine Action kwamen pas geleden tot de ontdekking dat de Britse clusterbommen ook in Afrika zijn gebruikt, en wel door Ethiopië. Dat land heeft de bommen gebruikt in de bloedige grensoorlog die het enkele jaren terug met buurland Eritrea uitvocht. De afgelopen jaren zijn aan de grens tussen beide landen al veel mensen omgekomen door niet ontplofte explosieven, zoals van clusterbommen. INSYS zelf zegt geen flauw idee te hebben hoe de bommen in Ethiopië terecht zijn gekomen. Het lijkt waarschijnlijk dat een van de oorspronkelijke klanten, al dan niet met medeweten van de Britse autoriteiten en de fabrikant, de bommen aan Ethiopië heeft doorverkocht. Dat dit INSYS, en daarmee de ABN AMRO, niet van zijn verantwoordelijkheid ontslaat moge duidelijk zijn: iedere wapenhandelaar weet dat wapens vaak meerdere keren van eigenaar wisselen. Bovendien blijft INSYS als bedenker en bouwer van de bommen verantwoordelijkheid houden voor de schade en de slachtoffers die het gebruik van hun wapens nog jaren na afloop van de conflicten blijft veroorzaken.

Dezelfde clusterbommen zijn ook ingezet tijdens de NAVO bombardementen op Joegoslavië en Kosovo in 1999. De Britse luchtmacht heeft daar 531 clusterbommen van het type BL755 afgeworpen, ruim de helft van de in totaal door hen gebruikte bommen. Van de in Kosovo gebruikte Britse clusterbommen is volgens schattingen zeker 10 procent van de submunities niet ontploft. Eerder dit jaar won INSYS nog een order om de Britse voorraad clusterbommen tot tenminste 2006 te onderhouden.

INSYS houdt zich overigens niet alleen bezig met clusterbommen, het is ook betrokken bij de productie van landmijnen, antitankwapens, artilleriesystemen en pantservoertuigen. Het is daarmee een van de grootste wapenfabrikanten in Groot Brittannië.

Het voorbeeld van de ABN AMRO laat weer eens zien dat voor de meeste bedrijven termen als duurzame ontwikkeling en maatschappelijk verantwoord ondernemen vaak weinig meer dan gebakken lucht zijn. Vrijwel ieder zichzelf respecterend bedrijf zegt dat soort normen hoog in het vaandel te voeren, maar als het erop aan komt is het vooral window dressing. Want uiteindelijk gaat het natuurlijk allemaal om de poen.

Zie http://www.stopwapenhandel.org voor een uitgebreid overzicht rond ABN AMRO en INSYS.


Eurometaal dicht!

Nederlands laatst overgebleven grote munitiefabrikant is niet meer. Zowel in Zaandam als in Bergen op Zoom (Franerex) sluiten een dezer dagen de poorten definitief. Zowel teruglopende bestellingen als een strengere controle op veiligheidsvoorschriften, als gevolg van de vuurwerkramp in Enschede, hebben het bedrijf, dat al enige tijd in handen was van het Duitse Rheinmetall, definitief de das omgedaan. Eurometaal neemt een geschiedenis van omstreden leveranties en illegale wapenhandel met zich mee het graf in. De afgelopen tien jaar haalde vooral de overeenkomst met Turkije voor de productie van M483 artilleriegranaten regelmatig het nieuws. Ondanks de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat deze splintergranaten door het Turkse leger in de oorlog tegen de Koerden zijn gebruikt, weigerden opeenvolgende regeringen de overeenkomst te verbreken. Ondertussen werd de productiecapaciteit naar Turkije verhuisd, om aan de groeiende kritiek te ontkomen. Daar is MKEK inmiddels in staat de granaten vrijwel helemaal zelf te maken; de laatste jaren leverde Eurometaal nog wel onderdelen ervoor. Het valt te verwachten dat MKEK interesse zal hebben in een deel van de failliete boedel, om voortaan het gehele productieproces in eigen huis uit te kunnen voeren. Met grote dank aan Den Haag.

(o.a. de Volkskrant, 17 april 2002)



Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina



Korte berichten
Samenstelling: Kees Kalkman


Bijt de Apache in zijn eigen staart?

De Nederlandse Apache-helikopters op de luchtmachtbasis Gilze-Rijen mogen rustig doorschieten. Defensie heeft geen enkele beperking opgelegd aan het gebruik van de achttien Nederlandse aanvalshelikopters. Dit terwijl in de Angelsaksische wereld grote commotie is ontstaan nadat in de Britse Dailey Telegraph een rapport was uitgelekt, waarin stond dat de peperdure Apache in problemen zou kunnen komen door het afschieten van de Hellfire-raket onder de linkervleugel. Door restdeeltjes die daarbij vrijkomen kan de staartrotor van het toestel linksachter beschadigd raken en dat is niet zo gezond voor helikopter en bemanning, een crash behoort tot de mogelijkheden. Het defect zou zijn opgetreden bij acties van de Amerikaanse en Britse luchtmacht in Afghanistan. In Kosovo durfden de Amerikanen de Apache niet in te zetten uit angst voor de Servische luchtafweer. Ook in Afghanistan zijn er tal van gebreken. De Apache, die massale vuurkracht moet verschaffen aan speciale troepen, blijkt het niet zo goed te doen in een hete, stoffige en zanderige omgeving. Tijdens operatie Anaconda tegen al-Qaida werden vijf van de zeven Apaches buiten gevecht gesteld door vuur uit machinegeweren en oude Russische RPG-7 raketgranaten, die van de grond werden afgevuurd.
De Nederlandse luchtmacht doet luchtig over het geconstateerde defect. Nog in maart werden twee nieuwe Apaches vanuit Antwerpen aangevoerd om de Nederlandse vloot te versterken. Uiteindelijk krijgt Gilze-Rijen dertig gevechtshelikopters, die per stuk bijna 22 miljoen euro kosten.
Volgens luchtmachtwoordvoerder Salentijn heeft Nederland dezelfde versie van de Apache als de Amerikanen (de Delta) en worden bij oefeningen ook de Hellfire-raket getest.
Bij de Amerikanen geldt inmiddels de richtlijn dat alleen in oorlogstijd Hellfire-raketten mogen afgevuurd en dan nog alleen vanonder de rechtervleugel. Maar de Nederlandse luchtmacht meent dat het euvel veroorzaakt wordt door de Hercules-motor van de Hellfire. De Nederlandse Hellfires hebben motoren van een ander type, de Thyokol.

Bronnen:
Daily Telegraph 25.3.2002 (Michael Smith),
Algemeen Dagblad 26 en 28.3.2002 (Bert Huisjes),
Brabants Nieuwsblad 27.3.2002



Europol luistert zichzelf af

De Europese politieorganisatie Europol in Den Haag is verwikkeld in een omvangrijk afluisterschandaal. Medewerkers beschuldigen topman Jürgen Storbeck ervan dat hij opdracht heeft gegeven tot het afluisteren van telefoongesprekken van personeel en het aftappen van e-mailverkeer. Ook zou in opdracht van de Europol-top in privé-computers van medewerkers zijn ingebroken, waarbij privé-documenten zijn bekeken. Een Europoller heeft bij justitie in Den Haag aangifte gedaan van 'computervredebreuk'. De Europol-top lijkt de eigen medewerkers niet meer te vertrouwen nadat vorig jaar een corruptieschandaal op de automatiseringsafdeling aan het licht kwam. Uit een rijksrechercheonderzoek bleek dat functionarissen van de IT-afdeling enkele miljoenen Europol-euro's hadden weggesluisd naar de Caraïben. Vele Europolmedewerkers hebben zich inmiddels aangesloten bij de Nederlandse Politiebond.
Waar het intern dus een rotzooitje is, is de Europese Unie (EU) in razend tempo bezig om Europol uit te bouwen tot hetgeen de Daily Telegraph omschrijft als "een volledige politie- en inlichtingentak, vergelijkbaar met een gecombineerde FBI/CIA samengebundeld op het hoofdkwartier van Europol in Den Haag". Eind april besloten de Europese ministers van justitie de uitgaven voor Europol dit jaar te verhogen met 45,9 % (!) tot een bedrag van 51,6 miljoen euro. Zonder enige parlementaire controle wordt Europol daarmee volgens plaatsvervangend hoofd Willy Bruggeman het grootste centrum voor het verzamelen van inlichtingen in Europa. Zo zullen voor het eerst Britse inlichtingenofficieren van MI5 en MI6 op permanente basis in Den Haag worden gestationeerd.
De ministers besloten tevens Europol de macht te geven om recherche-onderzoeken in de lidstaten te entameren. Als regeringen hieraan niet willen meewerken moeten ze dit schriftelijk motiveren. De rol van Europol wordt daarmee vergelijkbaar met de FBI in de Verenigde Staten. Dit alles natuurlijk in het kader van de strijd tegen het terrorisme, een fenomeen waaronder nu ook het gebruik van 'intimidatie' valt om de 'politieke, sociale of economische structuur van een land in ernstige mate te beïnvloeden'. Daarmee overschrijdt de EU bij zijn politie-acties de grens naar normale politieke protestvormen. Aldus de Telegraph, geen links-radicaal agitatieblaadje, maar een bolwerk van het Britse establishment.

Bronnen:
Telegraaf 23.3.2002 (Johan van den Dongen en Martijn Koolhoven)
Daily Telegraph 27.4.2002 (Ambrose Evans-Prichard)



Vlieland ernstig vervuild met napalm

Het oefeneiland Vliehors van de luchtmacht, het oostelijk deel van Vlieland, is zwaar vervuild met napalm, gigantische hoeveelheden minerale oliën, cadmium, koper en gechloreerde koolwaterstoffen. Dat blijkt uit een ten onrechte vertrouwelijk bodemonderzoeksrapport van Defensie waarop De Telegraaf de hand wist te leggen. Het bedrijf Fugro milieuconsultancy heeft in opdracht van Defensie een deel van het eiland laten onderzoeken op bodemvervuiling. De onthutsende conclusie luidt dat de bodem onder Alternate Bomb Target number 14 oftewel 'de schroothoop' op plaatsen tot maar liefst vier meter moet worden gesaneerd. De vervuiling met olie heeft plaatsgevonden doordat de luchtmacht in de jaren zestig en zeventig op de oefenrange heeft geoefend met napalm. Verder is veel olie weggelekt uit oefendoelen, zoals oude tanks. Momenteel gooien Nederlandse en NAVO-straaljagers regelmatig scherpe bommen ad op de Vliehors. Onlangs crashte nog een straaljager op het eiland, waardoor het wad werd bedolven met wrakstukken.
De Waddenvereniging eist nu een openbaar onderzoek door ene onafhankelijk bureau en dan over het hele eiland, niet alleen het deel ten noordoosten van de observatietoren.

Bron: De Telegraaf 23.4.2002 (Bart Olmer)



Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina


Recencies Recencies Recencies

Recencies Recencies Recencies
Recencies Recencies Recencies


A Safe Area
Srebenica: Europe's worst massacre since the Second World War
David Rohde
Simon & Schuster Ltd
London, UK, 1997
440 pp. kaarten, noten, register

Voor de mensen die vijf jaar geleden het boek van Rohde lazen, kunnen de conclusies van het NIOD-onderzoek nauwelijks tot verrassingen hebben geleid. Het nauwgezette en Pulitzer prijswinnend onderzoek van Rohde geeft immers een beeld van de omstandigheden rond de val van de enclave, die op zichzelf al vijf jaar geleden tot een kabinetscrisis hadden moeten leiden. Helaas geldt ook hier dat onderzoek en informatie, als het eenmaal een rol speelt in de politieke arena, ook onderworpen zijn aan die politieke krachten. Het NIOD rapport was vooral een manier om de publieke debatten over de verantwoordelijkheid op de lange baan te schuiven. Het degelijke werk van Rohde speelde in de besluitvorming kennelijk geen enkele rol.

De val van Srebenica wordt in de vorm van een dagboek beschreven aan de hand van ooggetuigen, zowel van de strijdende partijen en de burgers, als de Dutchbat soldaten. Door hun getuigenissen in elk hoofdstuk aan te halen wordt een beeld geschetst van de gebeurtenissen waarin de cruciale ogenblikken een heldere plaats krijgen. Zo komen achtereenvolgens aan de orde het gebrek aam weerstand van de manschappen van Dutchbat in de observatieposten, de gijzeling van de Dutchbatters, waarvan we nu weten dat het de Nederlandse kabinetsbesluiten vergaand beïnvloedde, het ontbreken van luchtsteun, het verdeelde verzet van het moslimgarnizoen en de inname van de enclave. Cruciaal is de beschrijving van de overgave en de gevolgen daarvan. De centrale kwestie is immers of het mogelijk was geweest om de massale slachtpartij die onder een deel van de mannelijke bevolking van Srebenica plaatsvond, te verhinderen. Van de door het IKV gepubliceerde kabinetsnotulen weten we dat de Nederlandse regering besefte dat de veiligheid van de Bosniërs alleen kon worden gegarandeerd als de soldaten van Dutchbat hun lot aan dat van de burgers verbonden. Uit Rohde's ooggetuigenverklaringen blijkt dat dit niet het geval was en dat het cruciale scheidingsproces van de mannen de eerste stap naar de massamoord was. Ook die wordt aan de hand van verklaringen van enkele overlevenden in het boek beschreven.

Rohde legt uitgebreid verantwoording af over zijn onderzoeksmethoden, vooral wat betreft de plaats die de verklaringen van de ooggetuigen innemen. Hoewel het goed mogelijk is dat de omvang van de massamoord niet meer te achterhalen is (het gaat deels om slachtoffers die als 'vermist' zijn opgegeven) weet Rohde hard te maken dat de inname van de enclave uitmondde in oorlogsmisdaden. De vlijtige lezer van het NIOD-rapport doet er goed aan om Rohde's boek nog eens open te slaan om zichzelf te herinneren wat er allang bekend was.

(KaKo)



De puinhopen van acht jaar paars
Pim Fortuyn
Karakter Uitgevers BV
Uithoorn & Speakers Academy BV, Rotterdam, 2002
186 pp.

In november 1992 verscheen in het Marineblad een redevoering van Prof. Dr. Wilhelmus P. Fortuyn. Het betoog was vermoedelijk afgestoken tijdens de jaarvergadering van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren een maand tevoren.

In het betoog van Fortuyn vielen drie elementen op:

  1. Een uitgesproken Europese oriëntatie. Spreker verklaarde zich voorstander van "de oprichting van een Westeuropese zuil in het verband van de NAVO. Het Frans-Duitse legerkorps is een stap in die richting en verdiend massieve Nederlandse steun met woord en daad." Immers, in de na het einde van de koude oorlog ontstane multipolaire wereldorde "is het voor kleine staten, zoals bijvoorbeeld Nederland, niet meer mogelijk om eigenstandig de integriteit van hun grondgebied te handhaven." En van de Amerikanen vewachtte Fortuyn niet zoveel. In dit verband geselde hij "de overdreven Hollandse koudwatervrees [voor Europese militaire samenwerking - KK] en [..] dat afschuwelijk serviele gedrag dat de VVD en de minister van Buitenlandse Zaken Van den Broek (CDA) doorgaans ten opzichte van de Verenigde Staten aan de dag leggen."
  2. Een afkeer van de (toen nog niet opgeheven) militaire dienstplicht en "het absurde voorstel van de Commissie Meijer - jawel wederom een sociaal-democraat - om de dienstplicht te handhaven. Een voorstel [..] dat alleen in het belang is van de handhaving van de machts- en invloedspositie van de Koninklijke landmacht." Fortuyn stelde een beroepsleger voor en daarnaast een "algemene sociale dienstplicht" van mannen en vrouwen die met een basistraining van acht weken en een oproepplicht bij calamiteiten.
  3. Een duidelijke voorkeur voor de marine, die zelfs zover ging, dat de spreker voorstelde "om de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht op te heffen onder gelijktijdige onder de gelijktijdige uitbreiding en reorganisatie van de Koninklijke marine." Dit beargumenteerde de hoogleraar met de noodzaak van specialisering en het gegeven dat in de geschiedenis van de Nederlandse militaire cultuur "een zeker dominantie van maritieme operaties [is] vast te stellen."
Bijna tien jaar later zet de rechts-populistische politicus Pim Fortuyn zijn denkbeelden uiteen in een boek. In het boek zijn slechts twaalf bladzijden gewijd aan "buitenlandse politiek, defensie en EU." Wat valt op?
  1. De Europese oriëntatie is verdwenen. Fortuyn wil de EU dan wel niet verlaten, maar wil de Europese samenwerking uitsluitend op het gebied van de gezamenlijke markt. Het wantrouwen voor de Amerikanen is gebleven, maar Pim Fortuyn kiest nu volop voor "respect voor de nationale souvereiniteit", hetgeen overigens ook voor andere landen geldt. Fortuyn is dan ook een verklaard tegenstander van humanitaire interventie en spreekt zich uit tegen alle oorlogen die in dit kader onder NAVO of VS-vlag zijn gevoerd, hoewel hij bombarderen als "laatste, het aller-, allerlaatste middel" niet geheel uitsluit.
  2. De dienstplicht is helemaal terug! En wel als een keuze voor sociale dienstplicht (een jaar met zakgeld) of militaire dienst (twee jaar waarvan het laatste volwaardig betaald). Het doel van de sociale dienstplicht is vooral pedagogisch: "het Nederlanderschap inhoud te geven en de natievorming te verstevigen en op peil te houden." Vandaar dat ook de sociale dienstplicht gekazerneerd (over al in het land worden "jeugdhotels" ingericht) en naar te vrezen valt zelfs geüniformeerd (de kosten daarvan worden in elk geval vergoed) zal worden uitgevoerd.
  3. Gebleven: "De Koninklijke marine wordt de enige krijgsmacht die ons land nog telt". Daaraan toegevoegd een "sanering van het officierenkorps in alle rangen" een element dat in de toespraak voor de marineofficieren nog ontbrak en waarschijnlijk door dit publiek in het geheel niet op prijs zou zijn gesteld."
Conclusie: Een eerder liberale Europese visie van Prof. Dr. Wilhelmus P. ontwikkelt zich tot de meer paternalistisch, nationalistische van Professor Pim. Maar wat heeft Pim Fortuyn nu eigenlijk echt met de marine? Daarover wellicht een volgende keer.

(KK)


Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina



Berichten van de basis


Brochure
Paaskamp & Paasmars voor ontwapening en vrede
Den Haag, 2002

Ter gelegenheid van het Paasvredesaktiekamp 26 t/m/ 31 maart en Paasmars 2002 op 1 april is een brochure samengesteld. Hierin krijgt de tiende verjaardag van de hervatte Paasmars-traditie aandacht evenals de thema's kernwapens, kindsoldaten, dienstweigeren en dienstweigerasiel, NAVO-'vredes'operaties, wapenhandel en wapenindustrie, ongelijksoortige ruil en de situatie in Congo. Dit telkens in korte overzichtelijke artikeltjes. Het geheel wordt afgesloten met een overzicht van de standpunten van de politieke partijen over deze onderwerpen. Daarmee is een handzaam overzicht ontstaan van de onderwerpen die momenteel in de beweging spelen.

De brochure is verkrijgbaar bij:
Werkgroep Paasmars
postbus 10500
2501 HM Den Haag
E-mail paasmars@ddh.nl
Website http://vredessite.nl/paasmars/2003/



EADS: Info & Actie

Op donderdag 16 mei organiseert de actiegroep Wapentuig! een informatiebijeenkomst over de Amsterdamse wapengigant EADS (zie elders in dit nummer), met sprekers van internationale campagnegroepen tegen de wapenhandel, om 21 uur in OT301, Overtoom 301. Vrijdag is er een actie bij de aandeelhoudersvergadering van EADS, die plaatsvindt in het Sheraton Hotel van Schiphol. Om 9.15 verzamelen aan de achterzijde van Amsterdam CS, 9.30 vertrekt de bus.
Organisatie:
Campagne tegen wapenhandel
Info: amokmar@antenna.nl
Zie ook http://www.stopwapenhandel.org



Actiekamp Trident Ploughshares

Van 4 tot 19 augustus houdt Trident Ploughshares een internationaal actiekamp in Peaton Glen Wood bij Coulport in Schotland. Twee weken directe demilitariseringactie en campagneworkshops op de kernwapenbases Faslane en Coulport. Te beginnen met een blokkadeactie op 5 augustus.
Website: http://www.tridentploughshares.org



Pinksterlanddagen

Het jaarlijkse anarchistische festival en groots kampeergebeuren vindt plaats in het weekend van 17 tot 20 mei 2002 in Appelscha. Kampeerterrein tot Vrijheidsbezinning, Aekingaweg 1a te Appelscha, tel. 0516-431878. Neem tent en kampeerspullen mee.



Eis voor wapenembargo tegen Israël

Een groep maatschappelijke organisaties eist in een brief aan de minister van Economische Zaken dat de Nederlandse regering niet langer exportvergunningen verleent aan Israël en lopende vergunningen onmiddellijk intrekt. De organisaties, waaronder de Palestijnse mensenrechtenorganisatie LAW en DE Nederlandse groepen Pax Christi, Cordaid, IKV, ICCO, Novib en Campagne tegen Wapenhandel stellen dat verder verlenen van vergunningen in strijd is met het Nederlandse exportbeleid, omdat Israël op grote schaal het internationaal en humanitair recht schendt. Als de minister op 25 april niet an de sommatie had voldaan zou de zaak in kort geding aan de rechter worden voorgelegd. De organisaties worden vertegenwoordigd door Van den Biesen advocaten.

Meer informatie:
kantoor Phon van den Biesen (020-5682929) en Pax Christi Nederland (030-2333346)


Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina

AC-Waarnemers in Israël

Vijf waarnemers van het Autonoom Centrum Amsterdam (AC) zijn twee weken in Israël en de Palestijnse gebieden. Zij hebben met eigen ogen het brute geweld kunnen aanschouwen waarmee het Israëlische leger optreedt tegen de Palestijnse burgerbevolking. In de puinhopen van Jenin zagen ze hoe vluchtelingen met hun blote handen in de brokstukken groeven, op zoek naar de stoffelijke resten van hun dierbaren en hoe in afgegrendelde dorpen mensen verstoken blijven van water, voedsel en medische voorzieningen. Zij zijn om te overleven afhankelijk van door de Israëlische linies gesmokkelde goederen die hen maar mondjesmaat bereiken.

Nederland veroordeelt het geweld, maar heeft boter op het hoofd. Want de AC'ers hebben in Nablus M13-schakels gevonden van patroonbanden voor kogels. M13's worden gemaakt door Nederlandse bedrijven. Nederland heeft in de jaren negentig een vergunning afgegeven om ruim 5 miljoen M13's naar Israël te exporteren.
Meer informatie: http://www.freewhere.nl

Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina