Aangepast zoeken

VD AMOK
archief VredesMagazines

Onderzoeksdossier VD AMOK
Stop die wapenhandel

verschenen in het tijdschrift VredesMagazine
nummer 4, jaargang 5, 2012



Inhoudsopgave

Dit dossier is een product van VD AMOK
Redactie: Kees Kalkman, Wendela de Vries



Colofon

VredesMagazine 4e kwartaal 2012
Uitgave van de vereniging VredesMedia waarin samenwerken:
Haags Vredesplatform (HVP), Humanistisch Vredesberaad (HVB), Vereniging Pais, Samenwerkingsverband Stop de Wapenwedloop, Antimilitaristies Onderzoekskollektief VD AMOK, Women’s International League for Peace and Freedom (WILPF) afdeling Nederland.
In Vredesmagazine zijn de tijdschriften Kernwapens Weg!, VD AMOK en de dikke nummers van Vredeskoerier ’t Kan Anders opgegaan.

Redactie
Jan Bervoets, Boudewijn Chorus, Hans Feddema, Benno Houweling, Kees Kalkman, Klaas Meijer, Anke Polak, Jan Schaake, Guido Schokker, Barbara Smedema, Egbert Wever

Aan dit nummer werkten naast de auteurs mee
David-Jan Donner, Chris Geerse

De auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van een geplaatst stuk. De tekst van artikelen mag worden overgenomen op voorwaarde van bronvermelding. Copyrights van foto’s en tekeningen berusten bij de desbetreffende fotograaf /illustrator.

Fotoredactie
Hans Bouton, Anne Vaillant

Medewerkende fotografen en illustratoren
Activestills, Jan Bervoets, Joop Blom, Samuel King, Luc Kisjes, Sarah Mijers, Len Munnik, Print and Press Foundation, Robin Utrecht, Oren Ziv

Vormgeving
Jimmy Slothouwer

Drukker
Drukkerij Mezclado, Tilburg

Abonnementen
Interesse of aanmelding voor een abonnement op Vredesmagazine kan kenbaar gemaakt worden bij de redactie van Vredesmagazine of bij een deelnemende organisatie.
Een jaarabonnement op VredesMagazine (4 nummers) kost 10 euro. U kunt een abonnement nemen via info@vredesmagazine.nl of 015 7850137

Giften
Bedragen die abonnees overmaken boven het verschuldigde abonnementsgeld worden beschouwd als gift voor het werk van de in VredesMagazine samenwerkende organisaties.

Contact VredesMedia
Vlamingstraat 82, 2611 LA Delft, 015 7850137
info@vredesmedia.nl, www.vredemedia.nl

Redactieadres
Obrechtstraat 43 3572 EC Utrecht tel. 030 8901341
e-post info@vredesmagazine.nl
Kopijsluiting volgend nummer: 15 november
Verschijningsdatum volgend nummer: 15 december

ISSN 1876-0724


Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina

Beter geen verdrag dan een slecht verdrag?

Na een jarenlange campagne door maatschappelijke organisaties en twee jaar van onderhandelen zijn de Verenigde Naties er deze zomer niet in geslaagd overeenstemming te bereiken over een mondiaal Wapenhandelverdrag (Arms Trade Treaty, ATT). Het verdrag had een instrument moeten worden om 'onethische' wapenhandel te voorkomen. Wapens zouden niet geëxporteerd mogen worden als ze mogelijk gebruikt zouden worden bij mensenrechtenschendingen, oorlogsmisdaden, georganiseerde misdaad of terrorisme. Ook zouden ze niet verkocht mogen worden aan instabiele regio's, arme landen of corrupte regimes.

Een VN-wapenhandelverdrag zou zeker geen einde gemaakt hebben aan de internationale wapenhandel. Internationale verdragen blijken helaas maar al te vaak tandeloze tijgers, zeker als ze zich richten op 'zachte' doelen als vrede en mensenrechten. Bovendien zijn er geen consequenties voor landen die zich niet aan het verdrag houden. Internationale verdragen zijn nu eenmaal zelden afdwingbaar. Een verdrag tegen wapenhandel kan op zijn best een ethische norm vastleggen, zoals ook met het Verdrag voor de Rechten van de Mens een norm is vastgelegd. Van daaruit begint het moeizame proces om de norm gehandhaafd te krijgen.

Veertien jaar ervaring met de wapenexportregels van de Europese Unie - het Gemeenschappelijk Standpunt voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie - heeft aangetoond dat ethische normen voor wapenhandel het in veel gevallen afleggen tegen de dominantie van strategische, economische of politieke belangen. Ondanks dat de EU lidstaten zich in hun Gemeenschappelijk Standpunt vastbesloten verklaren om "uitvoer te voorkomen van militaire goederen en technologie die voor binnenlandse onderdrukking of internationale agressie kunnen worden gebruikt, dan wel tot regionale instabiliteit kunnen bijdragen" blijkt export naar Nigeria, Pakistan en Israël - om er maar een stel te noemen - door de EU als volkomen legitiem beschouwd te worden.

Wel controle, geen vermindering

Het verdrag richt zich niet op vermindering maar op controle van wapenhandel. Mede daarom hebben Westerse wapenfabrikanten het Wapenhandelverdrag omarmd. Onder meer de Aerospace and Defence Industries Association of Europe, de machtige Europese lobbyorganisatie voor de wapenindustrie, heeft zich uitgesproken voor een VN wapenhandelverdrag. Zij zien het als iets dat eerlijke concurrentieregels voor de internationale wapenindustrie kan vastleggen, zoals ook andere handelsverdragen dergelijke regels vastleggen. Daarmee zou de concurrentie uit bijvoorbeeld Rusland kunnen worden beteugeld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Rusland tegen het verdrag heeft gestemd. Ook de Verenigde Staten stemden tegen: het aan banden leggen van wapens is een heel gevoelig punt in the Land of the Free. Een schietpartij als bij de première van de Batman-film, waaruit elk weldenkend mens concludeert dat vrij wapenbezit gevaarlijk is omdat een gek over een wapen kan beschikken, leidde in de VS tot meer wapenverkoop, om zich te verdedigen tegen gekken die over een wapen beschikken. Het idee dat geweld opgelost kan worden met geweld is blijkbaar diep geworteld in de Amerikaanse samenleving.

Goede wapens, slechte wapens

Het wapenhandelverdrag maakt een onderscheid tussen 'goede' wapenhandel en 'slechte' wapenhandel. Maar de wereld is niet zo eenduidig. Hoe moet bijvoorbeeld voorkomen worden dat wapens worden verkocht die kunnen worden ingezet bij onderdrukking? De leveringen aan het Egypte van Mubarak waren jarenlang geen enkel probleem, totdat hij in het voorjaar van 2011 in ongenade viel, met terugwerkende kracht door de internationale gemeenschap tot dictator werd verklaard (30 jaar staat van beleg en regeren per decreet hadden dat niet kunnen bewerkstelligen) en veel EU landen hun wapenexport naar Egypte opschortten. Leveren aan het Libië van Gaddafi was ten strengste verboden, totdat in 2006 het wapenembargo werd opgeheven, waarna allerlei bedrijven er als de kippen bij waren de koopkrachtige dictator van het olieland nieuwe wapens aan te bieden - met onvoorwaardelijke steun van de eigen regering. Het werd weer schandalig op het moment dat opnieuw een wapenembargo van kracht werd en de NAVO besloot Libië te bombarderen. Overhaast moesten Europese wapenbedrijven als EADS hun handelskantoren in Tripoli ontruimen.

In een wereld waar een bondgenoot zo gemakkelijk kan veranderen in een dictator en omgekeerd is het onderscheid tussen goede wapenhandel en slechte wapenhandel niet te maken. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de wapenhandel binnen ons eigen bondgenootschap, waar grote winstmakers van de wapenindustrie de vrede en veiligheid bedreigen. Dat betreft bijvoorbeeld de aankopen voor het NAVO-raketschild, dat dreigt te leiden tot een nieuwe Koude Oorlog met Rusland. En de aankopen van drones, onbemande vliegtuigen, de must-have van elk legeronderdeel, die de drempel voor oorlogvoering aanzienlijk verlagen en op grote schaal worden ingezet bij buitenrechtelijke executies in onder meer Pakistan, Jemen en Gaza. Dit soort wapenhandel zou volgens het Wapenhandelverdrag behoren tot de 'goede', legale en niet ter discussie staande wapenhandel.

Kan een verdrag wapenhandel beteugelen?

De internationale maatschappelijke organisaties die het Wapenhandelverdrag de VN in gelobbyd hebben (op zich een diplomatieke prestatie van jewelste) zijn mensenrechten- en ontwikkelingsorganisaties, geen vredesorganisaties. Zij zijn logischerwijs niet tegen bewapening op zich, maar tegen wapenhandel die mensenrechten en ontwikkeling bedreigt. Ze streven niet naar een ontwapeningsinstrument maar naar een instrument dat uitwassen aan banden legt. Daar kan een VN-Wapenhandelverdrag zeker een (zij het kleine) bijdrage aan leveren. Maar het is de vraag, of de ontwerptekst van het nu afgewezen verdrag daar voldoende sterk voor was. Oxfam Novib, dat de afgelopen maanden intensief campagne voerde voor het Wapenhandelverdrag en goede inhoudelijke voorstellen deed, is in een persbericht zeer kritisch over de ontwerptekst. Volgens de organisatie ligt de focus te veel op het voorkomen van illegale wapenhandel, in plaats van op het voorkomen van menselijk lijden door ongereguleerde wapenhandel. Daarnaast zijn munitie en onderdelen van wapensystemen niet in de verdragstekst opgenomen, en staat het landen nog steeds vrij wapens te exporteren naar gebieden waar deze gebruikt kunnen worden voor ernstige mensenrechtenschendingen, als dat de veiligheidsbelangen van de exporterende landen dient.

Het is dan ook de vraag of het mislukken voor de onderhandelingen van het verdrag ernstig betreurd moet worden. Als het wapenhandelverdrag met zo'n zwakke tekst was aangenomen, was het nut wel erg minimaal geweest. Nu het er op lijkt dat de onderhandelingen voortgezet gaan worden, zijn er misschien ook nieuwe kansen om de tekst sterker te krijgen. Het is een kwestie van strategie of je ervoor kiest een sterk verdrag met minder deelnemers of een zwak verdrag met veel deelnemers na te streven. In beide gevallen is het concrete effect op wapenhandel bescheiden, maar een zwak verdrag legitimeert als het ware een gebrek aan terughoudendheid, terwijl een sterker verdrag een handvat biedt aan activisten om hun regeringen aan te spreken. Met of zonder internationaal verdrag blijft het bestrijden van wapenhandel een zaak van nationale politiek, maar internationale richtlijnen kunnen activisten argumenten ter ondersteuning geven. Hoewel het nu natuurlijk ook al zo is, dat op grond van mensenrechtenverdragen een fatsoenlijk land weet dat het geen wapens aan dictators of agressors mag verkopen. Een goed wapenhandelverdrag versterkt en bevestigt dat idee, maar geeft uiteindelijk nog steeds geen juridisch afdwingbare instrumenten om wapenexport in te perken. Om dat te bereiken zal het nodig blijven om met voortdurende actie en lobby 'zachte' waarden als vrede en mensenrechten te laten prevaleren boven economisch en strategisch belang.

In oktober spreekt de Algemene Vergadering van de VN over het Wapenhandelverdrag.

Wendela de Vries
Campagne tegen Wapenhandel
www.stopwapenhandel.org


Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina

De soap van de tankverkoop

Eind 2011 werd de Campagne tegen Wapenhandel getipt over een Indonesische legerdelegatie in Nederland die interesse toonde in tweedehands Leopardtanks van de landmacht. Zowel Nederland als Duitsland biedt deze tanks te koop aan, maar de Nederlandse types zijn iets moderner en dus aantrekkelijker. Tegelijkertijd kregen we bericht uit Indonesische kringen: Imparsial, de organisatie van de vermoorde mensenrechtenactivist Munir, vreesde dat nieuwe tanks ingezet konden worden tegen demonstranten in Indonesische steden.

De Campagne tegen Wapenhandel stond meteen op scherp: Nog niet zo lang geleden werden Nederlandse pantservoertuigen in Bahrein ingezet tegen demonstranten op het Parelplein. En in Indonesië op West-Papoea zijn 17 mensen omgekomen in oktober 2011 tijdens een demonstratie voor meer onafhankelijkheid. De 'ordehandhaving' bij die demonstratie was in handen van de Indonesische politie, het leger stond erbij en keek ernaar. Op internet circuleren filmpjes waarop duidelijk te zien is hoe hardhandig de Indonesische overheid hier optreedt. Maar minister Hillen van defensie wil erg graag zaken doen: als hij de 'Leo's' verkoopt, heeft hij geld voor de aanschaf van MALE-drones, onbemande vliegtuigen van het type 'grote afstand, vele mogelijkheden.' Van dit type drone kan in eerste instantie een onbewapende variant worden aangekocht, die in een later stadium gemakkelijk bewapend kan worden. Nederland wil dit nieuwe type luchtwapen graag kopen, maar heeft geen ruimte op de defensiebegroting, tenzij defensie wat bij kan beunen met de verkoop van tweedehands spullen.

Oppositie laat zich horen

Om de zaak aan te kaarten schreef de Campagne tegen Wapenhandel een stuk over de dreigende deal en informeerde leden van de Tweede Kamer. Daarop ging het balletje rollen: Op 13 december diende GroenLinks-Kamerlid El Fassed samen met Van Dijk van de SP en Eijsink van de PvdA een motie in tegen verkoop aan Indonesië. De Tweede Kamer, die zich de Nederlandse wapens in de Arabische lente nog goed herinnerde, stemde met ruime meerderheid voor deze motie.

Intussen zat ook de oppositie in Indonesië niet stil. Kritische parlementariërs vroegen zich af wat het strategisch nut is van tanks in een eilandenrijk met slechte wegen. Een medewerker van onderzoeksinstituut Ridep (Center for Alternative Defence and Security Studies) merkt op dat "een Leopard van 64 ton die in een rijstveld terecht komt er moeilijk uit te krijgen is." Er bestaat aan Indonesische zijde duidelijk grote twijfel over de aankoop. Maar een hoge Indonesische landmachtofficier klaagt dat "Singapore wel tanks heeft, maar wij niet." En daarmee wordt de achtergrond van de tankdeal duidelijk: de Indonesische landmacht voelt zich achtergesteld ten opzichte van luchtmacht en marine, die voor veel geld worden gemoderniseerd en uitgebreid. De landmacht wil ook wat nieuws!

Treuzeltaktiek

Ondanks een duidelijke Kamermeerderheid tegen de verkoop wilde de regering de potentiële klant niet laten schieten. Volgens de regering is "de mensenrechtensituatie in Indonesië sterk verbeterd." Samen met IKV/Pax Christi en OxfamNovib leverde de Campagne tegen Wapenhandel informatie aan Kamerleden over betrokkenheid van leger en politie bij mensenrechtenschendingen. Ook in Nederland wonende Papoea's en Molukkers mengden zich in het debat, schreven een brief aan de Kamer en overhandigden een petitie. Zij weten maar al te goed hoe Jakarta zijn dominantie handhaaft tegenover naar meer autonomie strevende delen van Indonesië.

Daar tegenover staat de lobby van de defensie-industrie, met name die van scheepswerf Damen, die net een contract voor een geleidewapenfregat heeft getekend met Indonesië en op vervolgorders hoopt. Volgens de Telegraaf "smeekt" scheepswerf Damen de regering om de relaties met Indonesië goed te houden. De werf "vreest voor het prettig werkklimaat tussen Nederland en Indonesië" en voor verlies van Nederlandse werkgelegenheid. Een deel van de werkgelegenheid is door Damen zelf al naar het buitenland verplaatst: het fregat wordt in Soerabaja afgebouwd. De vraag of werkgelegenheid boven mensenrechten gaat wordt in de Telegraaf niet gesteld.

Tweede poging Kamer te overtuigen

In het voorjaar probeerde de regering de Kamer er nogmaals van te overtuigen dat het met de mensenrechten in Indonesië tegenwoordig veel beter gaat dan vroeger. En in de media verschenen berichten dat een Nederlandse weigering geen zin heeft, want als Nederland niet levert zal Indonesië de tanks in Duitsland kopen. (Fantastisch argument: Waarom zou ik de bank niet beroven? Anders doet een ander het wel.) De Telegraaf gooide weer olie op het vuur door te melden, dat de regering binnenskamers allang met de deal had ingestemd. De Tweede Kamer hield echter voet bij stuk en bleef de levering afwijzen.

De regering vroeg vervolgens tijd om zich te beraden. Er volgde een stilte. De deal werd goedgekeurd noch afgewezen. Totdat de media berichtten dat Indonesië had besloten de tanks in Duitsland te kopen. De Tweede Kamer werd als de kwaaie pier afgeschilderd: zij zou naïef zijn, niet in het belang van Nederland handelen, en bovendien niets bereiken nu de Duitsers alsnog gingen leveren.

Maar bestaat er dan niet iets zoals een Europees wapenexportbeleid? Is daarin niet afgesproken dat als het ene land een order op grond van mensenrechten afwijst, een ander Europees land dan niet alsnog gaat verkopen? Echter, Nederland heeft de order niet officieel afgewezen.

Trucs in verkiezingstijd

De gang van zaken is erg vreemd. Als de regering de order tegen de wens van de Kamer in wil doorzetten, waarom heeft zij dan geen exportvergunning afgegeven? Mag de regering bij de export van tweedehands wapens de wens van de Kamer eigenlijk wel negeren? Zo niet, waarom is de exportvergunning dan nooit officieel geweigerd, nadat de Kamer zich tot twee keer toe tegen de levering heeft uitgesproken?

Om dit uit te vinden diende de Campagne tegen Wapenhandel een WOB-verzoek (Wet Openbaarheid van Bestuur) in voor het vrijgeven van standaardverkoopcontracten voor tweedehands defensiematerieel. Het verzoek werd gehonoreerd en de aap komt uit de mouw: in exportcontracten van de Nederlandse overheid staat dat "It is understood that the sale of the Goods requires the consent of the Netherlands parliament." Met andere woorden: de regering moet de exportvergunning voor de tanks weigeren, omdat de Tweede Kamer niet instemt.

De regering heeft dat echter niet officieel gedaan. En daarom mag Duitsland de tanks nu wel leveren. Het is een slimme constructie: De regering treft geen blaam, Indonesië is niet openlijk geschoffeerd, de Tweede Kamer kan de schuld krijgen en Angela Merkel kan een dealtje sluiten.

Wil Indonesië wel tanks?

Ook in Duitsland bestaat oppositie tegen wapenhandel, en zodra bekend werd dat Indonesië zich op de Duitse tanks gaat richten stuurde de Campagne tegen Wapenhandel het hele dossier naar de Duitse collega's. Zowel Linke, Grünen als SPD verklaarden zich kort daarop tegenstander van de deal. De Grünen eisten een debat in de Bundestag, een zeldzaamheid in Duitsland waar wapenexporten veelal zonder veel parlementaire controle plaatsvinden. In die zin is de deal juist een stimulans voor de Duitse antiwapenhandelbeweging. De lobby van Aktion Aufschrei, de nieuwe Duitse coalitie van vredes- en mensenrechtengroepen, lijkt zijn vruchten af te werpen.

Maar niets is op moment van schrijven zeker. Tijdens een bezoek van Bondskanselier Merkel aan Indonesië werd opmerkelijk genoeg niet over wapenexport gerept. Het zou ook kunnen, dat de Indonesische landmacht binnenslands de kous op de kop heeft gekregen en toch geen dure overbodige speeltjes aan mag schaffen.

Martin Broek
Wendela de Vries

Aktion Aufschrei en Leopard tanks

De oppositie tegen wapenexport in Duitsland heeft zich in 2011 verenigd in Aktion Aufschrei, een coalitie van zo'n 100 vredes- en mensenrechtengroepen. Aktion Aufschrei stelt zich een heel hoog doel en wil een wettelijk verbod op wapenexport in de Duitse Grondwet. Aktion Aufschrei speelt ook een belangrijke rol in de oppositie tegen de verkoop van meer dan 200 (misschien zelfs 270) nieuw te bouwen Leopard 2A7+ tanks aan Saoedi-Arabië. Deze Leopards van wapenfabriek Krauss-Maffei Wegmann (KMW) zijn van een nieuwer type dan dat waar Indonesië belangstelling voor heeft, en speciaal aangepast voor gevechten in de bebouwde kom. Ook Spanje wil deze tank graag leveren, maar heeft daarvoor toestemming nodig van hoofdproducent KMW.

Raar detail: Voor de Duitsers is het een voorwaarde dat Israël geen bezwaar heeft tegen de deal. Anderzijds is het voor de Saoedi's een voorwaarde dat er geen Israëlische onderdelen in de tank zitten.


Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina

Wapenleveranties aan Libië en buurlanden

Op 21 oktober 2011 zien we een trotse Fogh Rasmussen, secretaris-generaal van de NAVO. Trots over de luchtbescherming van de opstandelingen in Libië, en de samenwerking met buurlanden en landen uit de Arabische wereld. De omstandigheden in Libië zijn op dat moment - en nu nog steeds - echter niet zo rooskleurig, en de buurlanden van Libië ondervinden de gevolgen van het militaire optreden tot op de dag van vandaag. Mali is zelfs helemaal uit het lood geslagen.

Door de feestvreugde over het verdrijven van Gaddafi verdween de blik op wat vooraf ging. Het Libië van de kolonel is lange tijd een vijand van het Westen geweest, maar in 2005 werd het weer een partner. Gaddafi werd een geziene gast bij premiers en andere hoogwaardigheidsbekleders vanwege wapenaankopen en oliedollars. De grootste wapendeals betroffen militaire vliegtuigen, maar ook raketten, handvuurwapens, traangasgranaten en munitie werden aan Libië geleverd. Eind februari 2011 kondigden de Verenigde Naties opnieuw een wapenembargo af (resolutie 1973). De grootste wapenleveringen, waarvoor de contacten al waren afgesloten, moesten toen nog plaatsvinden. De NAVO had een zware dobber gehad als bijvoorbeeld het Britse Jemas luchtdoelraketsysteem al was geleverd, zoals in de bedoeling lag. Pieter Wezeman van SIPRI stelt dat de NAVO de luchtoperatie dan mogelijk niet had willen uitvoeren.

Oorlog

Ook tijdens de oorlog worden er wapens geleverd, nu aan de groepen die tegen Gaddafi optrekken. Het bewapenen van rebellen en oppositiegroepen vindt sinds de Koude Oorlog regelmatig plaats. Het UCK in Kosovo en de Noordelijke Alliantie in Afghanistan werden bijvoorbeeld op die manier bevoorraad. De Franse krant Figaro onthulde in juni 2011 dat Frankrijk in het geheim wapens dropte ten zuiden van Tripoli, onder meer aanvalsgeweren, granaatwerpers en antitankwapens. Daarmee werd de omsingeling van Gaddafi versterkt. De Verenigde Arabische Emiraten en Qatar leverden al eerder wapens. Daaronder ook geweren van het Belgische FN-Herstal (noot 1) en munitie uit Zwitserland. Het Verenigd Koninkrijk leverde kogelwerende vesten en uniformen. De leveringen verklaren mede de snelle opmars van de rebellen. Zij konden hiermee ook wapendepots binnenvallen en regeringswapens buitmaken.

Na oktober 2011

Juist over de op Gaddafi buitgemaakte wapens wordt na de oorlog steeds meer gespeculeerd. In de zomer van 2011 komen de eerste berichten dat de wapens vanuit Libië worden doorverkocht naar buurlanden. Algerije beschuldigt Frankrijk dat het geen idee heeft waar de gedropte wapens blijven. "Mogelijk bij de groepen in de Sahel die Fransen en andere buitenlanders kidnappen," is naar verluid gezegd binnen de Veiligheidsraad.

Ondanks de trots van Rasmussen blijkt dat de NAVO nogal wat steken heeft laten vallen. Dat wapendepots worden overvallen tijdens de oorlog ligt voor de hand, maar operaties om de ongebreidelde verspreiding van deze wapens tegen te gaan komen pas erg laat op gang. In augustus 2011 start een team van Britten, Fransen, Amerikanen en Libiërs, maar in april 2012 is er nog steeds geen officieel programma om de wapens onder controle van de overheid te brengen.

Wapens konden ongebreideld de woestijn in verdwijnen en worden tot in Nigeria aangetroffen. Ze dragen bij aan conflicten elders in Afrika.

Manpads

De meeste aandacht richt zich vooral op draagbare luchtdoelraketten, zogenaamde Manpads. Journalisten komen ze overal tegen. New York Times journalist en wapendeskundige Chivers zet veel informatie over deze raketten in Libië op zijn blog. Hij bestrijdt een wijdverbreid verhaal dat een modernere Manpads-variant (de SA-24) aanwezig is in Libië: Libië heeft de SA-7, een Russisch type uit de jaren vijftig. Libië had er 20.000, aldus een onbevestigd bericht dat vrijwel iedereen napapegaait. Dat aantal betreft de raketten, niet de lanceerinrichtingen waarmee ze worden afgeschoten. De ratio raket : lanceerinrichting ligt tussen de 1:6 en 1:10 (bij zuinige aanschaf nog wat hoger). Libië zou er tussen de 2.000 en 3.000 kunnen hebben. Het is zeker in handen van terroristen een gevaarlijk wapen. Niet zo zeer tegen militaire vliegtuigen, maar vooral tegen lijnvliegtuigen met een voorspelbare koers.

De Britten melden in april dat er 5.000 vanaf de schouder afvuurbare luchtdoelraketten zijn gevonden. Geruchten blijven desondanks opduiken dat de wapens worden verkocht aan Jan-en-alleman. Een veel geciteerd artikel stelt dat ze zijn gekocht door het islamistische verzet in Somalië. Weer een ander beweert dat ze al zijn opgedoken in de Gazastrook. Enige scepsis is geboden want het is moeilijk deze verhalen te verifiëren en ze passen goed in een argumentatie om de groeiende militaire invloed van de VS in Afrika te verdedigen. Dat deze wapens op straat kwamen te liggen is een zeer kwalijk gevolg van de oorlog in Libië.

Mali

Een ander gevolg van de Libische oorlog is de verspreiding van handvuurwapens en militaire voertuigen. Toearegs (de woestijnnomaden die leven in Burkina Faso, Algerije, Libië, Mali, Mauritanië en Niger) waren in dienst van het Libische leger en vertrekken tijdens de machtswisseling. Hun wapens nemen ze mee. De machtsverhoudingen in Mali veranderen daardoor volledig. Onopgeloste conflicten tussen de Malinese overheid en de Toearegs zijn er al decennia, maar doordat de nomaden nu opeens goed bewapend zijn, kunnen ze hun onafhankelijkheidsaspiraties kracht bijzetten. Het Malinese leger is verontwaardigd over de trage reactie van de zittende regering, en in maart 2012 plegen ontevreden militairen een coup. Het land, tot dan toe een stabiele bondgenoot van het Westen, wordt bestuurlijk verzwakt. Ook de interim-regering die in mei aantreedt brengt hierin geen verandering.

De Toearegs werken in hun strijd tegen de Malinese regering samen met islamisten. Dat blijkt een vergissing. Beide groepen maken gebruik van wapens uit Libië, maar de islamisten trekken uiteindelijk aan het langste eind en verdrijven de Toearegs uit de meeste gebieden die zij onafhankelijk hadden verklaard. Al-Qaida in de Maghreb (AQIM) neemt de macht over in grote delen van Mali. De regering heeft de controle over twee derde van het land verloren.

Africa Command

Het Amerikaanse leger werkte al jaren stevig samen met de Malinese regering. De jaarlijkse Flintlock-oefeningen voor special forces, waaraan sinds vorig jaar ook Nederland een stevige bijdrage levert, zijn een goed voorbeeld. Ook een groot deel van de coupplegers was opgeleid door de VS. Amerikaanse militairen helpen de Malinese regering, o.a. door materieel te leveren. Alleen wel jammer dat zes volledig door de CIA uitgeruste Malinese Special Forces-eenheden zich laten gevangen nemen of verjagen door AQIM waardoor dat, behalve over de wapens nu ook kan beschikken over 87 nieuwe Land Cruisers met satelliettelefoon en navigatie-apparatuur.

Inmiddels heeft het Africa Command van de Verenigde Staten zijn operaties in de regio geïntensiveerd. De Verenigde Staten bouwen een steviger militaire aanwezigheid in Afrika op. Er gaat geen maand voorbij of er is een grote militaire oefening of scholing waaraan militairen uit tientallen Afrikaanse landen deelnemen. Hiermee verwerven de VS zich toegang tot grondstoffen en verstevigen hun aanwezigheid op het continent waar zich zes van de tien snelst groeiende economieën bevinden. Nadat de Verenigde Staten de invloed van vooral Frankrijk hebben teruggedrongen, hebben ze de afgelopen tien jaar te maken met de sterkere positie van China, dat investeert in Afrikaanse economieën. China is momenteel ook de belangrijkste wapenexporteur naar landen bezuiden de Sahara, waar het een tiende van de gehele omzet van zijn wapenindustrie verdient.

De honderdduizend vluchtelingen, de honger en de instabiele en gewelddadige situatie in grote delen van Mali zijn een wrang bijverschijnsel van deze machtspolitiek.

Libië

Het drama gaat door. De oorlog in Libië was nog niet voorbij of de landen stonden al weer op de stoep om hun gestrande wapenverkopen vlot te trekken. Rusland klaagt dat het door het VN-embargo deals ter waarde van tussen de 2 en 4 miljard dollar is misgelopen. Het heeft echter nieuwe kansen, aangezien Libië over enorme hoeveelheden oude Russische wapens beschikt, die moeten worden onderhouden, opgeknapt en vervangen. Frankrijk tekende in februari van dit jaar al weer een contract met Libië. Het gaat de vloot Mirage gevechtsvliegtuigen opkalefateren, piloten trainen en de banden met de luchtmacht en kustwacht aanhalen. Finmeccanica uit Italië probeert de nieuwe regering in Tripoli over te halen om de eerdere contracten alsnog te bekrachtigen. In Der Spiegel werd onlangs de politieke koers van Merkel beschreven die wapenexporten als middel ziet om landen te steunen daar waar het Westen niet zelf militair tussenbeide wil komen. In hetzelfde artikel wordt gesteld dat ze de interventie in Libië als een mislukking ziet; niet in de laatste plaats vanwege het weglekken van de wapens.

Martin Broek
broekstukken.blogspot.nl

Noten:
  1. See e.g. David Jolly and Kareem Hahim, France says it sent arms to Libyan rebels; Airdrops of munitions mark a heightened level of involvement in conclict, Int. Herald Tribine, July 1, 2011.
    Terug naar tekst

Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina

Wapenleveranties - instrument van machtspolitiek

Waarom worden wapens geëxporteerd en wat zijn de gevolgen van die leveranties? Dat is een populair discussiethema in kringen van activisten en onderzoekers. De stelling dat wapenexporten wel naar oorlog moeten leiden in de ontvangende regio is niet onwaarschijnlijk. Een ingewikkelder kwestie is die van de drijvende krachten achter de wapenhandel. Dat de wapenindustrie zo'n drijvende kracht is, ligt voor de hand. Dat idee werd in brede kring populair in jaren zestig door het liedje Masters of War van Bob Dylan.

Maar al in 1953 ging de Republikeinse president Eisenhower, in Nederland goed bekend als de bevelhebber van de Anglo-Amerikaanse strijdkrachten die West-Europa bevrijdden van het fascisme, hedendaagse campagnevoerders voor, door te schrijven:

"Elk kanon dat gebouwd wordt, elk oorlogsschip dat te water wordt gelaten, elke afgevuurde raket betekent, in de laatste instantie, diefstal van degenen die honger lijden en geen eten krijgen, degenen die het koud hebben en niet gekleed worden. (…) Dit is hoe dan ook geen manier van leven. Onder de wolk van dreigende oorlog, hangt de mensheid in feite aan een ijzeren kruis." (noot 1)
In 1959, aan het slot van zijn presidentschap, legde Eisenhower zijn beroemde verklaring af, een waarschuwing voor het Amerikaanse volk en de hele wereld voor de groeiende invloed van de militaire industrie op het democratische besluitvormingsproces. Hij zei: "In de raadzalen van het bestuur moeten we waakzaam zijn tegen de verwerving van niet gewenste invloed, gevraagd of ongevraagd, door het militair-industrieel complex."

Winstmaximalisatie en de kracht van de lobby van bedrijven die wapens produceren en verhandelen bij regeringen: dat was en is nog steeds een helder en overzichtelijk verklaringsmodel. De jongste verwikkelingen rond de wapenleveranties aan Griekenland vormen daarvan een aardige illustratie. De afgelopen twee jaar is uit verschillende bronnen bekend geworden, dat de financiële hulp aan het door de economische crisis zwaar getroffen Griekenland zowel door Frankrijk als Duitsland afhankelijk werd gemaakt van handhaving van bestaande orders voor zware en dure wapensystemen. Zo meldde een adviseur van voormalig premier Papandreou in 2010 dat de Griekse regering te verstaan was gegeven dat men meer begrip zou hebben voor de Griekse financiële problemen als de afname van Franse fregatten zou worden gehandhaafd. (noot 2)

Afgelopen maart verklaarde Europarlementariër Cohn-Bendit dat zowel de Franse als Duitse regeringen de verlening van de eerste tranche van hulpfondsen afhankelijk hadden gemaakt van voortzetting van bestaande wapencontracten. (noot 3)

Vervlechting van belangen

In dit geval traden Duitsland en Frankrijk op als beschermheren van hun eigen wapenindustrie, waarbij het werkgelegenheidsargument voor de binnenlandse politiek van groot belang is.

De absurditeit van het leveren van nieuw wapens aan het Griekse leger, terwijl de eigen bevolking getroffen wordt door een reeks bezuinigingsmaatregelen, is evident. In antwoord op Kamervragen verklaarde de Nederlandse regering in oktober 2011 dat ze de berichten over genoemde voorwaarden niet kon bevestigen. (noot 4)

Het logische antwoord op dit soort koppelverkoop is een lobby gericht op regeringen of internationale instituten, om wapenhandel aan banden te leggen en zelfs te verbieden. Zulke campagnes worden al jaren met wisselend succes gevoerd. Maar elke benadering van 'de politiek' moet rekening houden met het feit dat regeringen niet alleen gevoelig zijn voor de lobbies van wapenproducenten of soms hun tegenstanders, maar ook een breder belang vertegenwoordigen. Daar hoort een visie op de staat bij, als exponent van een hele reeks krachten die deel uitmaken van het 'buitenlands beleid'. Hoe ethisch, moraliserend of belangeloos zo'n beleid kan zijn is in Nederland onderwerp geweest van vele felle discussies over de rol van koopman en dominee. Vast staat dat het via machtspolitiek internationaal nastreven van de samengestelde nationale belangen, een belangrijke component is van het beleid. Dit komt tot uiting in de diplomatie, de inzet van de inlichtingendiensten en het leger, de keuze van handelsroutes, bondgenoten en allianties en, indien relevant, de wapenhandel.

Voor de landen met de grootste wapenindustrieën is de export van wapens een essentieel onderdeel van de buitenlandse politiek. Door het leger van een bevriende staat van wapens te voorzien, wordt ook grote invloed in de interne machtspolitieke verhoudingen gegarandeerd en indirect op de buitenlandse politiek. De aard van deze vervlechting van wapenhandel met heel andere belangen dan die van de wapenproducenten zelf verschilt per doelland.

Enorme leveranties

Het vredesverdrag tussen Israël en Egypte dat na de Oktoberoorlog van 1973 vooral door Amerikaanse bemiddeling tot stand kwam, maakte de weg vrij voor de VS om niet meer alleen aan Israël maar ook aan Egypte grootscheepse wapenhulp te bieden. Samen met Saoedi-Arabië, Jordanië en de kleine Golfstaten vormden deze twee landen de steunpilaren van de Amerikaanse hegemonie in het Midden-Oosten. Het Egyptische leger schakelde deels over van Russische op Amerikaanse wapens. De omvang van de wapenleveranties was enorm: tussen 1998 en 2010 ongeveer 1,3 miljard dollar per jaar, waaronder geavanceerde wapensystemen zoals de M1 tank en F-16 gevechtsvliegtuigen. (noot 5) Onderdelen van de tank werden ook in Egypte geproduceerd. Door de massale militaire hulp werd het voor het Egyptische leger mogelijk om haar traditionele rol in de Egyptische politiek te versterken. De cruciale vraag na de Egyptische opstand van 2011 is of de VS hun positie kunnen handhaven door voortzetting van de wapenleveranties. Het lijkt immers onwaarschijnlijk dat de belangrijkste partij, de Muslim Brotherhood, zo'n verwevenheid en dus afhankelijkheid kan laten voortbestaan. Toch kan een dergelijke Amerikaanse bemoeienis niet zomaar worden afgebroken: ze gaat immers gepaard met instructeurs, opleidingen, leverantie van onderdelen, uitwisselingsprogramma's van officieren en gezamenlijke oefeningen.

Ook de bondgenoten van de belangrijkste wapenleverancier kunnen voordeel halen uit de relatie. Nederland leverde tweedehands pantservoertuigen aan het Egyptische leger. Dat was vooral voordelig voor de Nederlandse staatsfinanciën - maar kocht geen invloed. Sterker nog, zo'n leverantie was alleen denkbaar in het kader van de Amerikaanse invloed.

Een veel verdergaand voorbeeld is Afghanistan: het regeringsleger werd de afgelopen jaren niet alleen bewapend maar ook grotendeels opgeleid en begeleid. Door de inzet van contractanten - ook een vorm van wapenhandel - blijven de eigen manschappen gespaard. Het is nauwelijks voorstelbaar dat dit leger in staat is om operaties uit te voeren los van de NAVO en vooral zonder Amerikaanse begeleiding. (noot 6)

Zo wordt het ook een belang van de zittende regering om de militaire relatie te handhaven. Daarbij hoort ook het langdurig gebruik van Afghaanse bases door Amerikaanse elite-eenheden en wapensystemen zoals drones of bommenwerpers, bijvoorbeeld.

De wapenleveranties aan de NAVO-bondgenoten vormen een aparte categorie: behalve de nauwe verwevenheid tussen de luchtmachten die voortvloeit uit het gebruik van dezelfde wapensystemen (Hercules, Chinook, Apache, F-16 en als het aan Defensie ligt straks de JSF) wordt dit ook vertaald in interne binnenlandse politieke druk, zeker als fabrikanten toegang krijgen tot de grote Amerikaanse markt. Op deze manier zijn wapenleveranties een manier om bestaande relaties te bestendigen en de afhankelijkheid van de grootmacht in stand te houden. Gebruik van dezelfde wapensystemen wordt zelfs een argument om mee te doen aan militaire avonturen met de leverende grootmacht - men werkt immers zo goed samen!

Zo bezien is de leverantie van wapens, door verkoop of als gift, een instrument van buitenlandse politiek, en vormt niet de politiek zelf. Die omvat immers veel meer dan het uitvoeren van de wil van wapenfabrikanten en handelaars, al is hun lobby nog zo sterk. Hoewel het een populair beeld is, zal de wapenhandelaar er zelden in slagen om grote wapensystemen aan twee strijdende partijen tegelijk te leveren, laat staan een oorlog te veroorzaken. Over een lange periode verschuiven de leveranties naar verschillende landen, als gevolg van veranderde geopolitieke verhoudingen - voormalige vijanden worden vrienden, bijvoorbeeld de VS en Vietnam. Voor kleine wapens (geweren, handgranaten, pistolen) die zo'n cruciale rol spelen in vele binnenlandse conflicten ligt dat anders, omdat de leverancier bijna onzichtbaar is en de vele tussenhandelaars niet te identificeren zijn.

Karel Koster
Wetenschappelijk Bureau SP

Noten:
  1. The Chance for Peace 16 april 1953
    Terug naar tekst
  2. 24 maart 2010 - Archive
    Terug naar tekst
  3. EU Lawmaker: France, Germany Pressured Greece To Avoid Defense Cuts Mar. 5, 2012 - 03:00PM By PIERRE TRAN
    Terug naar tekst
  4. 10102011 Vragen van de leden Irrgang en Van Bommel (beiden SP) aan de minister van Financiën over Defensie in Griekenland. (Ingezonden 19 september 2011)
    Terug naar tekst
  5. Egypt in Transition (pdf 0,4MB) Congressional Research Service 23 Aug 2011
    Terug naar tekst
  6. Truth, lies and Afghanistan. How military leaders have let us down BY LT. COL. DANIEL L. DAVIS Armed Forces Journal Feb 2012
    Terug naar tekst

Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina

De straaljagerfuik

Begin juli, de laatste dag voor het parlementaire zomerreces, domineerde één debat de agenda: de Joint Strike Fighter, oftewel de JSF. Het dossier over de beoogde opvolger van de F-16 vereist inmiddels een steekkar: vele tientallen Kamerbrieven en meer dan duizend Kamervragen verder, ligt het omstreden wapenproject in het parlement weer eens flink onder vuur. En dus staat, tien jaar nadat Nederland zich verbond aan de ontwikkeling van de JSF, deelname aan het project weer op losse schroeven. Want op 5 juli 2012 stemde een meerderheid voor een motie die de regering opriep de stekker uit het project te trekken.

Het JSF-moeras

Het JSF-debat van afgelopen juli was een verkiezingsdebat met de PvdA in de hoofdrol. Haar defensiewoordvoerster Angelien Eijsink had daags voor het debat verkondigd uit het project te willen stappen. Dat was niet de eerste keer. Twee jaar ervoor, na de val van het laatste kabinet Balkenende (waar de PvdA deel van uitmaakte) was al eens een PvdA-motie van die strekking in meerderheid aangenomen. Ook onder Wim Koks Paars 2 en de eerste drie kabinetten Balkenende was de Kamerfractie steeds tegen geweest. Echter, ondanks die kritische fractie heeft regeringsdeelname tot tweemaal toe ervoor gezorgd dat de PvdA cruciale stappen in het JSF project mogelijk maakte. Allereerst doordat Kok en andere PvdA-bewindslieden zich in 2002 lieten meeslepen in de lobby voor de JSF. Maar ook toen het vierde en laatste kabinet Balkenende - met daarin de PvdA, ondanks een ronkende anti-JSF verkiezingsspot - akkoord ging met de aankoop van een eerste JSF testtoestel.

Voor de PVV geldt iets vergelijkbaars: in verkiezingstijd mordicus tegen de JSF, als gedoogpartner stemde de partij afgelopen regeerperiode evengoed in met de aanschaf van het tweede testtoestel. Met als gevolg dat Nederland ondertussen tot de nek in het JSF-moeras zit.

Enquête

Aan het eind van het Kamerdebat, nadat defensieminister Hillen met de belofte van een nieuw onderzoek de angel uit het debat had proberen te halen, kondigden verschillende partijen moties aan. Twee daarvan waren vooral interessant. GroenLinkser Arjan El Fassed riep op tot een parlementaire enquête, maar kreeg helaas onvoldoende steun.

De meest vergaande motie was die van PvdA en SP om de stekker uit de JSF deelname te trekken, omdat "verdere investeringen in het JSF-project onder de huidige omstandigheden niet langer financieel verantwoord zijn." Hoofdelijke stemming leverde 77 voor- en 71 tegenstemmers op. Maar net zoals in 2010 toenmalig defensieminister Van Middelkoop weigerde consequenties aan zo'n motie te verbinden, zo is Hillen evenmin van plan de contracten met Lockheed Martin en het Pentagon te verbreken. Daarmee zal het lot van het JSF-project de inzet van een nieuwe regering worden.

Tekentafel

Al vanaf 1994 liepen de eerste contacten tussen de Amerikaanse en Nederlandse luchtmacht over wat nu de JSF is. Vanaf 1996 vloeide er geld naar de Nederlandse wapenindustrie om aan de tekentafel plaats te kunnen nemen. In 1999 was dat bedrag aan subsidies en deelnamegelden al opgelopen tot omgerekend ruim 100 miljoen euro. Naar de Kamer toe was de ratio erachter: na de deconfiture van Fokker de wegkwijnende luchtvaartindustrie een steuntje in de rug geven. Voor de luchtmacht gold een duidelijker doel: in de voorste gelederen met de Amerikanen optrekken bij de ontwikkeling van het nieuwste type gevechtsvliegtuig.

"De JSF belooft een perfect match te worden voor de Koninklijke Luchtmacht: een multi-role stealthy gevechtsvliegtuig in het middenspectrum, in grote aantallen (3.000) aan te schaffen door de Amerikaanse (en Britse) strijdkrachten en met een betaalbaar prijskaartje: 50 - 60 miljoen gulden per stuk," liet kolonel Ed Evers leden van de Vereniging Onze Luchtmacht weten.

Eendagsvlieg LPF bleek na de verkiezingen van mei 2002 de cruciale stem voor de JSF. Pim Fortuyn had zich bij leven duidelijk afwijzend over de JSF uitgelaten. Los van alle complottheorieën die de ronde doen - zie Thomas Ross - was de draai van 180 graden die de LPF onder Mat Herben maakte van doorslaggevend belang. Zonder dat was Nederland de JSF bespaard gebleven. Des te opmerkelijker dat juist Mat Herben - tegenwoordig wapenlobbyist - nu de oproep tot een parlementaire enquête van GroenLinks-parlementariër El Fassed steunt.

Doormodderen

In 2006 tekende Nederland voor de volgende fase: de Production, Sustainment & Follow-on Development (PSFD) - kosten 359 miljoen euro. Twee jaar later gevolgd door deelname aan de testfase, inclusief de aanschaf van eerst een (2009) en later een tweede (2011) testtoestel. Gaandeweg sneuvelde wel de wens voor een derde toestel. De definitieve keus voor de JSF als vervanger van de F-16 werd echter kabinet na kabinet op het bord van het daaropvolgende kabinet geschoven.

Daar komt bij dat inmiddels het productieschema bij Lockheed Martin dusdanig is vertraagd dat, zelfs al zou Nederland op korte termijn JSF-toestellen willen, ze voorlopig niet eens leverbaar zijn. Ondertussen is op de begroting zelfs ruimte gemaakt voor een rigoureuze opknapbeurt van de F-16 - kosten minimaal 300 miljoen euro.

Ondertussen groeien de totale investeringskosten 'rustig' door. Volgens Defensie is tot nu toe 1,4 miljard euro geïnvesteerd en zouden verkoop van de twee ongebruikte testtoestellen plus nog te ontvangen royalty's (vanwege het meefinancieren van de ontwikkeling) ruim 300 miljoen euro opleveren. Een netto verlies kortom van ruim een miljard euro.

Bezuinigingen

In de discussie over de bezuinigingen is gesteld dat uitstappen op korte termijn weinig winst oplevert. Dat klopt inderdaad, want op korte termijn zou alleen de verkoop van de twee bestelde testtoestellen geld opleveren. Maar als je iets verder kijkt, zijn het geplande investeringsbudget en de bijbehorende operationele kosten natuurlijk posten van jewelste. De Algemene Rekenkamer heeft al jaren forse kritiek op de regering, maar dit jaar was die scherper dan ooit. Defensie creëert zoveel mist dat het zelfs de Rekenkamer inmiddels totaal onduidelijk is met wat voor aantallen en bedragen het ministerie van defensie rekent. De meest samenhangende cijfers dateren van eind 2010, toen nog werd uitgegaan van een optelsom ter waarde van ruim 17 miljard euro. Zo'n kostenpost voor één wapensysteem - dat lijkt in tijden van bezuinigingen toch wel het eerste project dat rijp is voor stevig snijwerk.

Waar eerder voor dat bedrag 85 toestellen de lucht in zouden gaan, wordt inmiddels in alle scenario's uitgegaan van een uiteindelijk lager aantal toestellen, gegeven het gekrompen projectbudget en de toegenomen kosten per toestel. Niettemin weigerde de laatste regering aan te geven aan welk aantal ze daarbij denkt. Men lijkt inmiddels uit te gaan van ergens tussen de 48 en 64 toestellen. Of en in hoeverre het geplande budget naar beneden wordt bijgesteld ligt geheel in de handen van het komende kabinet.

Geen nut en noodzaak

Mocht het toch ooit nog tot een parlementaire enquête of onderzoek komen, dan zou een van de kernpunten moeten zijn het gebrek aan discussie over nut en noodzaak rond de aanschaf van het duurste wapen uit de Nederlandse geschiedenis. Waarom zou Nederland met de Amerikanen in de voorste gelederen oorlog willen voeren? Waarom zou Nederland een stealth toestel willen dat van grote afstand vijandelijke doelen kan bombarderen? Waarom geen luchtmacht als die van Oostenrijk, zoals als VVD-er Ten Broeke schamper voorstelde. Maximaal vijftien gevechtsvliegtuigen om het luchtruim te beveiligen? Of een 'vliegtuigpool' waarvan alle middelgrote en kleine Europese landen gebruik kunnen maken? Met gemak zouden vele miljarden op de staatsbegroting bespaard kunnen worden.

Een fundamentele discussie over een opvolger van de F-16 mocht steeds niet gevoerd worden omdat deelname door de Nederlandse industrie aan de ontwikkeling - de Systems Development and Demonstration, of SDD fase - niet verward mocht worden met het kopen van de JSF. Het ging om participatie van de industrie, niet om de aanschaf van een gevechtsvliegtuig, zo werd voortdurend geroepen door ministers en staatssecretarissen. Niettemin schreef de regering al in 2002 aan de Kamer: "Participatie in de SDD is de facto een keuze voor de JSF."

Door coûte que couûte met de JSF door te gaan, hebben opeenvolgende regeringen vele honderden miljoenen euro's belastinggeld verspild. Onder het mom van innovatie en werkgelegenheid hebben de Nederlandse luchtmacht en de luchtvaartindustrie - samen met Lockheed Martin en het Pentagon - de Nederlandse politiek een moeras ingetrokken. Onlangs rekende de regering voor dat het JSF project goed is voor 420 banen. Die banen mogen met een gerust hart de zwaarst gesubsidieerde banen in de particuliere sector genoemd worden.

Frank Slijper
(met dank aan Martin Broek)


Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina

De Nederlandse wapenexport

Wereldwijd wordt er jaarlijks meer dan 300 miljard dollar verdiend aan wapenhandel. Nederland speelt daarin een belangrijke rol als een van de grootste wapenexporteurs ter wereld. Er zijn enkele honderden bedrijven in deze sector actief. Ze produceren vooral marineschepen, delen van gevechtsvliegtuigen en helikopters, en radar- en vuurleidingsystemen om wapens naar hun doel te leiden.

In 2010 (het meest recente jaar waarover cijfers beschikbaar zijn) bedroeg de omzet van de wapenexport ruim één miljard euro. Verreweg de meeste wapens en wapenonderdelen die Nederland produceert, worden aan het buitenland verkocht. Daarnaast is Nederland met de mainports Schiphol en Rotterdam een belangrijke doorvoerhaven voor wapens.

Groeiende export

De Nederlandse wapenexport is afgelopen tien jaar enorm gegroeid: van ruim 600 miljoen euro in 2001 naar gemiddeld meer dan één miljard euro per jaar. Nederland hoort al decennialang bij de grootste wapenexporteurs ter wereld. Over de periode 2007-2011 neemt het de achtste plaats op de wereldranglijst in.

Nederlandse wapens gaan de hele wereld over. Veel wordt verkocht aan andere Europese landen en aan de Verenigde Staten, maar ook Indonesië, Egypte, Saoedi-Arabië en Colombia behoren tot het klantenbestand: landen waar mensenrechten geschonden worden. In 2010 waren Chili, Colombia en Jordanië belangrijke exportbestemmingen, naast diverse NAVO- en EU-landen.

Ook het Nederlandse ministerie van defensie is een belangrijke wapenexporteur. Regelmatig worden door het leger afgedankte wapens verkocht aan het buitenland.

Regels

De overheid wil de wapenhandel controleren. Daarom moet voor elke export een vergunning worden aangevraagd. De regels daarvoor zijn op Europees niveau vastgesteld. Er wordt onder andere gekeken naar de mensenrechtensituatie in het land waar de wapens terechtkomen, de internationale veiligheid en voor ontwikkelingslanden de verhouding tussen sociale en militaire uitgaven. De regels zijn niet strikt, en het ene land is veel soepeler in het geven van een vergunning dan het andere. Bedrijven maken daar handig gebruik van.

Wat de controle nog eens extra ingewikkeld maakt is dat de meeste bedrijven onderdelen maken, die later samengevoegd worden tot één wapen, vliegtuig, schip of tank. Sommige onderdelen - denk aan navigatieapparatuur voor schepen - kunnen zowel militair als civiel gebruikt worden. Zeker als zo'n onderdeel eerst 'doorgevoerd' wordt naar een ander Europees land, is het soms vrijwel onmogelijk om er achter te komen wat de uiteindelijke bestemming is.

De Nederlandse overheid zegt dat ze de Europese regels streng toepast, maar in de praktijk valt dat vaak tegen. Vooral als het gaat over mensenrechten en ontwikkeling, worden de regels erg soepel toegepast. Zo zijn er de afgelopen jaren wapens geleverd aan Egypte, Bahrein, Indonesië, Nigeria, India, Pakistan en Marokko. Begin 2011 bleek dat er Nederlandse wapens verkocht waren aan een aantal landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten waar het leger hard optrad tegen demonstraties voor democratie en vrijheid, bijvoorbeeld in Bahrein, Egypte, Libië, Saoedi-Arabië en Jemen. Dat leverde de regering veel kritiek op. De Tweede Kamer wilde dat de regering de regels aanscherpte. Deze zegde dat eerst toe, maar krabbelde zoals steeds weer terug, om de wapenindustrie ter wille te zijn.

Bedrijven

Er zijn in Nederland enkele honderden bedrijven die (onderdelen van) wapens maken. Voor veel bedrijven is militaire productie maar een deel van hun werk, naast civiele productie.

Er zijn echter ook een paar grote bedrijven die hun geld voor een groot deel aan wapens verdienen. Dat zijn:

De Nederlandse defensie-industrie werkt samen in de NIDV (stichting Nederlandse industrie voor defensie en veiligheid).

Dit is een ingekorte, geactualiseerde versie van de factsheet Nederland en de wapenhandel, te vinden op de website van de Campagne tegen Wapenhandel


Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina